Fantast in volmaakte afzondering

Wetenschappelijk wangedrag en fraude in de universitaire verslaglegging, dat is de conclusie over het werk van bijzonder hoogleraar politieke antropologie Mart Bax van de Vrije Universiteit. De commissie van drie hoogleraren die op verzoek van de VU het werk van Bax onderzocht, is zeer hard in haar oordeel. Dat is terecht. Dat er veel mis was met het werk werd al vermoed, maar de schaal waarop dat het geval is geweest, is schokkend. Verzonnen onderzoeksresultaten, spookpublicaties, zelfplagiaat. Niet-bestaande onderscheidingen, niet-bestaande belangwekkende opdrachten, niet-gematerialiseerde promoties. Het lijkt allemaal meer op het levenswerk van een fantast dan op dat van een wetenschapper.

De bevindingen komen twee jaar na de ontmaskering van de Tilburgse hoogleraar sociale psychologie Diederik Stapel en raken rechtstreeks aan de integriteit van het wetenschappelijke bedrijf. De commissie schetst in het geval van Bax een wetenschappelijke discipline die sektarisch van aard was met de hoogleraar als hogepriester, een eilandenrijk waar tegenspraak in wezen niet werd geduld en waar de universiteit gezien werd als hooguit een lastige geldschieter die zich voor het overige nergens mee diende te bemoeien. Ook waren er diepgaande verschillen van mening over methodologie.

Dat was toen: de activiteiten vonden goeddeels plaats in de jaren tachtig en negentig – Bax ging in 2002 met emeritaat. Sindsdien, beschrijft de commissie, is er organisatorisch veel veranderd in het wetenschappelijk bedrijf. De ‘splendid isolation’ waarin het wetenschappelijk wangedrag in kwestie kon floreren, zou thans minder goed mogelijk zijn. Dat laatste moet nog blijken. Het past de academische wereld kritisch te blijven, open te staan voor klokkenluiders en peer reviews serieuzer te nemen – en wellicht beter academisch te belonen.

Tegelijk dringt zich de vraag op of er méér ondeugdelijke of frauduleuze wetenschappelijke prestaties uit de voorbije decennia zijn. Het zou wel erg toevallig zijn als het aangetroffen sektarisme louter tot de zaak-Bax heeft geleid. Een breed onderzoek hiernaar is van groot belang. Niet alleen om de geschiedenis van het wetenschappelijk bedrijf op te schonen. Maar ook om uit te sluiten dat veel van de inzichten waarop huidige (sociale) wetenschappers voortbouwen net zo ondeugdelijk zijn als het fundament dat door Bax werd gelegd. De term ‘waarheidscommissie’ dringt zich op.