Fantasieloos en inefficiënt theater

Toch even over showbizz. Vanavond is namelijk de duizendste opvoering van Soldaat van Oranje. Duizend keer! Ruim een miljoen Nederlanders hebben deze musicalversie van de filmversie van de boekversie van het ware leven van verzetsheld Erik Hazelhoff Roelfzema nu gezien. Deze show moet meer impact hebben op ons beeld van de oorlog dan welk NIOD dan ook. De oorlog: de tijd dat we in het verzet zaten en ’t is nog waargebeurd ook.

Eerlijk is eerlijk: ’t is geen goede musical. Komaan, geen enkel liedje blijft hangen. Het is nog geen schim van de Phantom. Vanwaar dan dat succes? Daarover stond maandag in NRC Handelsblad een interessant stuk. De strekking: deze musical lapt musicalwetten aan de laars. Zoals met die nieuwigheid dat het publiek op een draaischijf zit, die langs verschillende scènes draait. Als ik er iets aan mag toevoegen: ik denk dat de revolutionaire innovatie van deze musical is dat ze verbeeldingskracht overbodig heeft gemaakt.

Ouderwets theater doet altijd een beroep op je eigen fantasie (net zoals je bij een boek zelf de plaatjes moet bedenken). Maar bij deze musical is fantasie niet nodig, want alles is voor je nagebouwd. Moet de hoofdpersoon toevallig met de motor, dan gaat-ie ook echt met een motor, en dan is die motorfiets ook echt een antieke BSA WM20 of Harley Davidson Liberator. Loopt de held een stukje over straat, dan is die straat er ook echt, inclusief echte Leidse geveltjes.

In musicals heb je wel vaker echte dingen, ik bedoel in Miss Saigon zat toch ook een helikopter. Maar Soldaat van Oranje gaat verder. Deze musical interpreteert ‘waargebeurd’ als volgt: alles moet voor je ogen waar gebeuren. Dus als de held even aan zee moet zijn, hoppa, dan ís daar een zee.

Ze hebben de zee nagebouwd! Zoiets fuckt met je hoofd. Ik weet zeker dat als de producers het geld hadden, ze het liefst de hele Tweede Wereldoorlog 1 op 1 hadden nagebouwd.

Petje af voor de producers, hoezee, hoezee, hoezee, maar het is natuurlijk het tegenovergestelde van theater. Theater is: illusie, suggestie. Theater is verbeeldingskracht.

Verbeeldingskracht is dat Suzan zegt: „Ik ben King Lear.” En dat je dan gedurende tweeënhalf uur denkt: ‘verdomme, ja!’ Verbeeldingskracht is ‘er was eens…’ – en dat er dan opeens echt iets was. Verbeeldingskracht is Jeroen Willems die JoJo van Jaques Brel zingt.

Verbeeldingskracht is dat als ik je nu vertel dat er boven Appingedam een vliegtuigje een looping maakt met daarin een roze olifant en Mark Rutte, die samen nu eens écht een visie op de samenleving ontvouwen – dat jij daar dan meteen een beeld bij hebt, hoewel je misschien nog nooit in Appingedam was, en zonder dat ik het dan allemaal hoef na te bouwen.

Maar Soldaat van Oranje is anders. Als daar een staatshoofd op het vliegveld moet zijn, dan is er niet alleen een echte antieke Dakota C-47, maar ook een echt vliegveld voor je geregeld, met echte landingsbaan, waar in het echt ook echte staatshoofden zijn uitgestapt uit echte vliegtuigen.

Spectaculair fantasieloos. En heel inefficiënt theater, eigenlijk.

Arjen van Veelen (a.v.veelen@nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Margriet Oostveen (m.oostveen@nrc.nl).