Een ridder op zoek naar zijn verdwaalde prinses

Iris (2001) was de eerste film die zich het romantisch potentieel van de ziekte van Alzheimer realiseerde: later volgden er meer. En het was niet Judi Dench als de sprankelende, door alzheimer gesloopte Iris Murdoch die aar Oscarnominatie verzilverde, maar Jim Broadbent als haar radeloos redderende echtgenoot John Bayley.

Logisch. In de alzheimerromance dementeert de vrouw, maar draait het om de man. Hoe houdt hij zich terwijl zijn grote liefde van een halve eeuw wegkwijnt? Het ziektebed als liefdestest. Dat ontroert des te meer omdat de man geacht wordt hulpeloos te zijn waar het op zorg aankomt. Hij moet dus boven zichzelf uitstijgen en zich, liefst een tikkeltje onbeholpen, wegcijferen voor de liefde. Zie ook vorig jaar het IJslandse Volcano of Hanekes Amour, de mooiste stervensbegeleiding ooit op film.

De extra uitdaging van alzheimer is dat de geliefde geleidelijk in een vreemde verandert, die soms weer heel even terug is. Dat geeft romantische allure aan de man die niet van haar zijde wijkt, hopend op dat ene vonkje van haar oude ik. Hij is een ridder die in het mistige woud koppig zijn verdwaalde prinses blijft zoeken, Orpheus die Eurydice volgt naar de onderwereld.

Nick Cassavetes buitte die tragiek in 2004 genadeloos uit in zijn tranentrekker The Notebook, waarin een man telkens opnieuw hemel en aarde beweegt voor een minuut herkenning door zijn dementerende eega. In Korea was in datzelfde jaar A Moment to Remember een monsterhit, ook over een man die een meisje uit de hogere klasse verovert om haar later aan alzheimer te verliezen. Een Amerikaanse remake met Katherine Heigl komt eraan.

Iets subtieler opereerde de Canadese regisseur Sarah Polley in 2006 in Away From Her, waarin emeritus hoogleraar Gordon toekijkt terwijl dementerende echtgenote Fiona hem in het verzorgingshuis vergeet en troost vindt bij een medepatiënt. Gordon blijkt van de hoogste noblesse als hij de romance, die Fiona zichtbaar goed doet, ruim baan geeft - maar wie test wie? En in 2011 gebruikte de ondergewaardeerde ‘biopic’ The Iron Lady dementie om het levensverhaal van Margaret Thatcher te vertellen: zij wordt op haar oude dag geplaagd door de geest van haar geliefde Dennis (opnieuw Jim Broadbent).

Een alzheimerromance kan mooi en troostrijk zijn en levert prachtige rollen op voor veteraanacteurs. Zo raak je in Still Mine, de publieksfavoriet van festival Film by the Sea die deze week in première gaat, niet uitgekeken op de groeven van Oliver Cromwell, de stoïcijnse boer Craig in de Canadese provincie New Brunswick. Geneviève Bujold speelt zijn vrouw Irene, die via de bekende stadia van hem wegglijdt: geheugenverlies, een ovenwant achterlaten op het brandend fornuis, onrust, weglopen. Craigs zeven kinderen zetten hem onder druk, hij weigert Irene te laten opnemen. Liever bouwt hij op eigen grond een aangepast huis met uitzicht op zee. Wat hem in botsing brengt met een locale ambtenaar van ruimtelijke ordening.

Still Mine verliest stoom door zich op dat conflict tussen de taaie Craig en het sadistisch regelvaste potentaatje te concentreren. Dat leidt tot een prettig plattelandsdrama over een oude man die nog éénmaal zijn plek bevecht terwijl de alzheimerromance naar de achtergrond verdwijnt. En dat is jammer: de scènes tussen Cromwell en Bujold hebben meer emotionele impact. Met alzheimer moet je tranen trekken, geen feelgoodfilm maken: het is nog steeds een verhaal zonder happy end.