Een land vol honderdjarigen

Een levensverwachting van boven de 100 jaar; volgens demografen is het denkbaar. Of trekken zij te gemakkelijk historische trends door?

Kinderen die nu geboren worden hebben een grote kans 100 jaar te worden. Dat schrijft onderzoeker Joop de Beer van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) in een rapport dat vandaag verschijnt. In het meest optimistische scenario worden pasgeboren meisjes van nu gemiddeld 104 jaar en jongens gemiddeld 99 jaar.

Deze cijfers geven „een realistische verwachting” voor de toekomst, zegt De Beer aan de telefoon. Cijfers over de levensverwachting van Nederlanders die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) eerder publiceerde gaan niet verder dan 2060, en kijken dus niet ver genoeg vooruit voor de generatie die nu geboren wordt, zegt hij. Het NIDI-rapport is daarop „een aanvulling”.

In 2012 was in Nederland de levensverwachting van vrouwen 82,8 jaar en van mannen 79,1 jaar. Die cijfers geven een beeld van de huidige situatie, maar geven geen voorspelling over hoe oud Nederlanders zouden kunnen worden die op dit moment geboren worden. De levensverwachting stijgt nog ieder jaar, maar waar komen we op uit?

De Beer rekende op verschillende manieren door hoe oud de lichting 2013 zou kunnen worden. Daarbij hield hij rekening met het feit dat het sterftecijfer in Nederland door de jaren heen gestaag daalt, omdat Nederlanders gemiddeld op steeds hogere leeftijd sterven. De Beer ging uit van twee scenario’s: één waarbij de winst in levensjaren zich vooral in de groep tot 65 jaar voordoet, en één waarbij ook de groep tussen 65 en 90 jaar langer blijft leven.

De Beer gaat er in zijn berekeningen vanuit dat de historische trend doorzet dat Nederlanders sinds 1900 in ieder opvolgend geboortejaar gemiddeld ongeveer 3,7 (mannen) of 3,6 maanden (vrouwen) ouder worden. Maar de vraag is of die historische trend wel zo maar naar de toekomst mag worden doorgetrokken. Immers die voorgaande periode omvat ook de introductie van antibiotica en vaccinatieprogramma’s die vooral de sterfte op jongere leeftijd flink hebben verminderd. „Dat is de vinger op de zere plek”, zegt demograaf Anton Kunst van het AMC in Amsterdam in een reactie. „In de twintigste eeuw is de levensverwachting vooral verbeterd door een enorme reductie in de zuigelingensterfte. Het is niet te verwachten dat we in de 21ste eeuw nog zo’n slag van dezelfde omvang kunnen maken. Ik vind deze scenario's daarom redelijk optimistisch.”

Volgens Kunst reiken deze scenario’s zo ver in de toekomst, met zoveel onzekerheden, dat ze geen rol zouden moeten spelen in het huidige debat over de pensioenleeftijd. „We moeten dit niet zien als een voorspelling, maar als een verkenning wat er zou kunnen gebeuren. Het is vooral aardig voor ouders die zich afvragen hoe oud hun kind zou kunnen worden.”

Maar De Beer denkt dat hij, ondanks alle onzekerheden die samenhangen met zo’n lange termijnvoorspelling, wel reële aannames heeft gedaan: „Over de hele twintigste eeuw bekeken zien we per saldo een gelijkmatige stijging van de levensverwachting. Die is niet alleen gekomen door verbeterde gezondheidszorg, maar hangt bijvoorbeeld ook af van de toenemende welvaart. Wat we zien is een systematische vooruitgang, en daarom is het verantwoord om die lijn door te trekken.”

„Hij heeft helemaal gelijk”, zegt Rudi Westendorp, hoogleraar ouderengeneeskunde in Leiden. „De levensverwachting blijft stijgen met 2 tot 3 jaar per decennium. Ik daag mijn studenten tijdens colleges uit of zij zich er al op hebben ingesteld om eeuweling te worden. Je zou jezelf te kort doen om te veronderstellen dat er nu geen innovatie meer zou optreden die het leven verlengt.”

Onderzoekers van het CBS vinden de NIDI-voorspellingen „aan de hoge kant, maar niet geheel onmogelijk”. Hun eigen prognoses van de levensverwachting gaan maar tot en met het geboortecohort van 1960. Jongens geboren in dat jaar worden volgens die prognose gemiddeld 80 jaar, meisjes van 1960 worden 84 jaar. In cijfers zit echter een onzekerheidsmarge, waarbij de bovengrens 4 jaar hoger kan liggen, dus op 84 en 88 jaar oud.

De CBS-onderzoekers hebben op basis daarvan even een snelle rekensom gemaakt. „Vergeleken met de uitkomsten van het NIDI betekent dit dat de levensverwachting tussen 1960 en nu moet toenemen met ruim 15 jaar bovenop de bovengrens. Dit houdt een stijging van ruim 0,3 per jaar in: een stevige stijging, maar niet geheel onmogelijk.”

Hoe dan ook, honderdjarigen zullen straks niet langer zeldzaam zijn. In het meest optimistische scenario van De Beer zou tweederde van de vrouwen geboren in 2013 100 jaar of ouder worden evenals ruim de helft van de mannen uit dit geboortejaar. Het ouderdomsrecord van 115 jaar dat in Nederland in 2005 gehaald werd, zal dan zeker sneuvelen. Maar niet op korte termijn, want de oudste Nederlander is nu 110.