De trend is gezet: komend jaar lagere zorgpremie

De kleine zorgverzekeraar DSW heeft met haar gedurfd vroege bekendmaking van zorgpremies grote invloed op de landelijke tarieven.

Gisterochtend gebeurde het, in Schiedam. Net als vorig jaar op de vierde dinsdag van september: de bekendmaking van de ziektekostenpremie voor komend jaar. Niet door minister Schippers (Zorg, VVD), maar door Chris Oomen van de plaatselijke zorgverzekeraar DSW.

Want hoe bescheiden de verzekeraar ook van omvang is, DSW is de afgelopen jaren uitgegroeid tot prijsleider – een prestatie van formaat. DSW is met 445.000 verzekerden een dwerg tussen molochs als Achmea (5,4 miljoen verzekerden) en VGZ (4,1 miljoen verzekerden). De markt voor zorgverzekeraars is voor meer dan 90 procent in handen van vier partijen – een klassiek oligopolie. Maar wie vreesde voor kartelachtige toestanden met kunstmatig hoge tarieven rekende buiten de verzekeraar uit Schiedam.

Chris Oomen, financieel onafhankelijk geworden op de beurs, schept er als bestuursvoorzitter zichtbaar plezier in om de zorgsector op stelten te zetten. Pas na Prinsjesdag, als het kabinet heeft bekendgemaakt wat wel en niet in de basisdekking zit en wat er verder aan beleid wordt gewijzigd, kunnen zorgverzekeraars de balans opmaken en hun tarief bekendmaken. DSW doet dat wederom als eerste.

Doordat zorgverzekeraars vooral op prijs concurreren, bleek DSW de laatste jaren telkens de trend te zetten. Met een scherp tarief. Vandaar dat zelfs de SP, niet bepaald een voorstander van marktwerking, de zorgverzekeraar regelmatig looft voor zijn competitieve inborst. De komende weken zullen de grote verzekeraars ook met hun zorgpremies komen. Wie durft er een stuk duurder te zijn dan DSW? Een overstap is zo geregeld.

De premie die DSW gekozen heeft is ruim 7 procent lager dan vorig jaar en komt uit op 95 euro per maand. Dat is nog een stuk lager dan het ministerie van Volksgezondheid verwacht. Het departement rekent op een 2 procent lagere premie in 2014.

Dalen de zorgkosten dan? Geenszins, er bestaan grote verschillen tussen de omvang van de zorguitgaven en de hoogte van de verplichte zorgpremie. Allereerst is het hoge eigen risico erg goed bevallen op het ministerie. Die wordt komend jaar nog een beetje opgetrokken van 350 naar 360 euro. Daardoor betalen verzekerden komend jaar naar verwachting 3,1 miljard euro aan eigen risico (exclusief de eigen bijdrages langdurige zorg in verpleeghuizen). Hierdoor kan de zorgpremie omlaag.

Daarnaast verwacht minister Schippers dat er komend jaar geen tekorten meer bestaan in het zogeheten Zorgverzekeringsfonds, een belangrijk tussenstation op het departement voor geldstromen in de zorg. Daardoor is er minder premiegeld nodig om de sommen rond te krijgen, ook al zullen de zorguitgaven volgend jaar weer stijgen.

Dat DSW nog 7 euro lager per maand uitkomt dan Schippers, komt doordat DSW optimistischer is over de uitgavegroei in de zorg. Dit is een voordeel voor de consument maar de zorgverzekeraar neemt wel een risico: mocht DSW het fout hebben dan kan dat een financiële tegenvaller betekenen. Maar andersom: als de grote verzekeraars straks met aanmerkelijk hogere premies komen, riskeren zij een volksverhuizing van klandizie naar DSW.

Eerder dit jaar was er veel kritiek op de miljardenwinsten die zorgverzekeraars in 2012 maakten. De resultaten van de formeel niet op winst gerichte organisaties zijn vervijf- of verzesvoudigd. Critici vinden dat verzekeraars te veel collectief geld oppotten.

Verzekeraars stellen echter dat het voorkomt uit de financiële eisen van De Nederlandsche Bank. Groeiende onzekerheid in het zorgstelsel, waarbij verzekeraars meer financieel risico lopen, vereist hogere buffers. Bovendien, zo redeneren zij, wie te veel oppot en te veel kosten maakt, kan geen scherpe prijzen bieden en zal op termijn klanten verliezen. De komende weken wordt duidelijk hoe goed de marktwerking onder de zorgverzekeraars is. Vorige jaren waren hoopgevend als het om de prijs gaat.