De maakbare wildernis

Dravende konikpaarden aan de Oostvaardersplassen in natuurfilm De Nieuwe Wildernis

Licht breekt door de waterspiegel. In spectaculaire beelden, begeleid door jubelende muziek, filmt de camera het ontwakende leven. De begeleidende stem kan zijn geluk niet op: de natuur zindert, bruist. Zo begint de grote Nederlandse natuurfilm De Nieuwe Wildernis, met als ondertitel Grote natuur in een klein land, in de regie van Ruben Smit en Mark Verkerk.

Plaats van handeling is de Oostvaardersplassen, domein in een van de dichtst bevolkte landen voor grote grazers, zeearend en ijsvogel, raven, ganzen en vossen. Hier is op beperkte schaal een on-Nederlandse wildernis gecreëerd. Vier seizoenen volgden Smit en zijn ploeg systematisch het dierenleven, dag en nacht, zomer en winter. De mens is volkomen afwezig in deze film, afgezien van twee eenzame schaatsers. De ongerepte natuur die hier haar vrije gang kan gaan, ongehinderd door mensenhand, heet ‘wildernis’, een begrip dat de laatste jaren opgeld doet. Oernatuur en wildernis hebben het tammere woord ‘natuur’ verdrongen. Wildernis is meer dan lieflijke taferelen met bijen en vlinders, veulens op breekbare benen en donzige jonge ganzen, wildernis is dood én leven. Sterft een paard of hert, dan levert dat een bron van voedsel voor insecten die eieren leggen in het kadaver. Raven en vossen overleven de winter dankzij een dood hert. Sterker: dood is een noodzakelijk onderdeel van het ecosysteem der wildernis. Of, om met de voice-over te spreken: „Uit dood komt leven voort.” Het gaat om strijd en samenwerking tussen dieren.

De Oostvaardersplassen functioneren als een kunstmatig laboratorium van de Nederlandse wildernis. Dat heeft regisseur en ecoloog Smit uitstekend gezien. Een kudde konikpaarden die vrijuit door het gebied draaft vervult de dramatische hoofdrol. In het begin ziet een zwart veulen het levenslicht. Dit naamloze dier symboliseert net iets te nadrukkelijk de strijd om het bestaan in de wildernis en het darwiniaanse begrip van natuurlijke selectie. In die kudde speelt hiërarchie een beslissende rol. De leidhengst stuurt de kudde bij onweer naar veilig gebied. In weergaloze beelden volgt de camera de kudde wanneer die wegrent voor onweer en bliksem. Haar tomeloze kracht roept eerder wilde gebieden elders in de wereld op dan Nederland.

En toch speelt De Nieuwe Wildernis zich af in ons land. Dat is de grootste verrassing. De camera zoomt met even groot gemak in op kleine details als een zoemende aardhommel of zijdebij, het baltsritueel van fuut en ijsvogel als op hertengevechten en een jagende vos. De veerkracht van de natuur blijkt ook uit een zeldzame scène van een schattig ganzenjong dat door een raaf wordt geroofd, meegenomen hoog de lucht in, naar beneden valt en nog leeft.

Dat de makers van De Nieuwe Wildernis meer dan twee jaar in het gebied verbleven, werpt zijn vruchten af. Dankzij deze toewijding, kennis van de natuur en vakmanschap kan de film zijn grootse allure krijgen. Maar dit loflied op de wildernis als paradijs moet ook schaduwkanten tonen, en die laat de regie listig achterwege. De discussie over het winterse verhongeren van deze massa grote grazers komt niet aan bod, evenmin als eventueel afschot of juist het bijvoeren. Ook heeft de biodiversiteit van de Oostvaardersplassen zwaar te lijden onder de begrazing. In werkelijkheid toont het gebied zich kaalgevreten en leeg. De gevechten tussen de herten en paarden, hoe indringend gefilmd ook, hebben niet alleen met rangorde te maken: het gebied is eenvoudigweg te klein voor zoveel uitbundige wildernis. Die dravende paarden en burlende herten vereisen ruimte.

Hoewel er met de documentaire Dialoog met de natuur een inhoudelijk vervolg komt op De Nieuwe Wildernis, is het feelgoodkarakter groot en toont het slot met een vlucht gakkende ganzen te veel sentiment. Een film als Rotvos (2009) door Tijs Tinbergen en Jan Musch is in dit opzicht eerlijker: die gaat wel over het keiharde, onontkoombare samenspel tussen mens en dier. De films vormen elkaars contrast.

Dat neemt niet weg dat De Nieuwe Wildernis grote bewondering afdwingt: de wilde natuur is even intiem als ontroerend, even dramatisch als heftig. De film verleidt de kijker ertoe zelf de natuur in te trekken en te leren kijken; dat is misschien de werkelijke betekenis van deze eerste Nederlandse wildernisfilm.