De gezaaide koloniën

Activist Dror Etkes brengt alle Israëlische landbouw in kaart Die landbouw is groter dan de bewoonde koloniën Maar krijgt veel minder aandacht

Het Israëlische landbouwoppervlak op de Westelijke Jordaanoever, hier rood rond het Palestijnse dorp Susya, groeide sinds 1997 35 procent. Beeld: Dror Etkes

Correspondent Israël en Palestina

Krijg de klere, roept Dror Etkes naar een Israëlische wachtpost, voor hij met zijn stoffige Fiatje langs de heuvel naar beneden raast. Onderaan de heuvel wordt Etkes door een beveiliger van een nederzetting met een Toyata Hilux van de weg gereden. Routineus trekt Etkes zijn sleuteltje uit het contact - voor de beveiliger het doet. Etkes baalt dat hij niet in zijn jeep is gekomen. Dan had hij „nog even gespeeld”. Naast de weg. Dat doet hij vaker. Nu moet hij uitstappen en scheldt hij de beveiliger op het asfalt uit. Dat die niet bevoegd is om ons hier te stoppen. Dat hij een domme macho is. Met een trillende hand op zijn M16 belt de beveiliger het leger. Dat het snel moet komen. Hij heeft „een linkse” gevangen. Een linkse betekent in deze context (de bezette Westelijke Jordaanoever) iemand met sympathie voor de Palestijnen. Daarvan telt Israël er niet bijzonder veel.

Etkes is uitzonderlijk omdat hij helemaal alleen en vrijwel onbezoldigd monnikenwerk verricht. Hij brengt al twintig maanden lang alle Israëlische landbouw op de Westelijke Jordaanoever in kaart. Aan de hand van luchtfoto’s, overheidsdata en eigen waarneming documenteert hij wat hier elke dag op de grond gebeurt. „Landroof”, zegt Etkes. De grootste groei van Israëlische landbouw heeft plaats op private grond van Palestijnse boeren. In totaal hebben Israëlische kolonisten volgens Etkes bijna 10.000 hectare (14.444 kavels) voor landbouw in gebruik. Dat is anderhalf keer zoveel als de grond waarop de honderden nederzettingen staan. En toch krijgt de Israëlische landbouw veel minder aandacht en kritiek van de internationale gemeenschap. De producten die er vandaan komen worden veelal onder gunstige invoervoorwaarden op de Europese markt verkocht. Een reden is dat Europa draalt met de implementatie van haar eigen regels. Een andere reden is dat alleen Etkes precies weet welke boomgaard van een Israëliër en welke van een Palestijn is. Natuurlijk, de Israëlische regering weet dat ook, maar die maakt dat niet openbaar. Aan de landbouw wordt goed verdiend.

De kenmerken

Kijk dan, had Etkes geroepen voor hij van de weg werd gedrukt. Hij staat met zijn bergschoenen op de heuvel en wijst tussen de jonge granaatappelbomen op een zwarte tuinslang. Die voert direct naar de nederzetting vanwaar Etkes even later wordt achtervolgd. Palestijnen gebruiken meestal geen irrigatie. Andere kenmerken: geavanceerde hekwerken en Israëlische bomen staan doorgaans dichter op elkaar. Kolonisten telen andere gewassen en gebruiken vaak de grond rondom de nederzettingen. Bij Israëlische boeren werken soms Thaise krachten. Bij Palestijnen nooit.

Het land waarop de granaatappelbomen staan is van Husam Aydah. Etkes loopt hand in hand met de Palestijnse boer. Noemt hem habibi, schatje. Etkes spreekt vloeiend Arabisch. Boer Aydah vertelt dat de rechter in juli 2010 en in hoger beroep, drie maanden geleden, heeft erkend dat het land van hem is. Maar als hij er naartoe wil, wordt hij door het leger weggestuurd. Hij durft alleen op een afstandje naar zijn land te kijken, als Etkes erbij is. Want Etkes is nergens bang voor. „Tssss”, doet hij desgevraagd. Kolonisten hebben hem al ontelbare malen met stenen bekogeld.

Uzi in de klas

Etkes (44, vader) komt uit een religieus, zionistisch gezin in geannexeerd Oost-Jeruzalem. Zijn Talmoed-leraar woonde in een nederzetting en nam zijn uzi mee naar de klas. Na zijn dienstplicht, die hij grotendeels in de bezette gebieden vervulde, vertrok Etkes voor jaren naar het buitenland. Hij keerde terug in 1997 en zag hoe ingrijpend de Westelijke Jordaanoever was veranderd. „Ik was geschokt. Israëliërs waren na de Oslo-Akkoorden positief, en naïef. Niemand wilde zien dat de zaken achter hun rug, in de bezette gebieden, een negatieve wending namen. Ik wilde ze een spiegel voorhouden.”

Ruim tien jaar geleden begon Etkes zijn activiteiten bij de organisatie Vrede Nu. Toen vloog hij met een vliegtuigje rond om nederzettingen te tellen. Die methode vindt hij nu volstrekt ineffectief. Hij is liever op de grond. Etkes houdt van deze heuvels. Hij kent elk stenen muurtje, kruispunt, dorpje en veldje. Een kolonistenkrant drukte eens zijn foto af met het bijschrift: ‘hoofd van de vredesinlichtingendienst’.

Van de vredesbesprekingen die in juli zijn hervat, verwacht Etkes niets, zegt hij. „Israël voert al 45 jaar een intensieve campagne om zoveel mogelijk grond te bemachtigen. Mijn werk laat precies zien dat Israël zijn aanwezigheid in bezet gebied probeert uit te breiden en niet te verminderen.” Het Israëlische landbouwoppervlak op de Westelijke Jordaanoever groeide sinds 1997 ruim 35 procent.

De Israëlische regering zegt dat de nederzettingen slechts een paar procent van de Westelijke Jordaanoever beslaan. Dat klopt, zegt Etkes. „Maar de regering manipuleert de feiten. De nederzettingen zijn niet het hele verhaal. De controle over het land is nagenoeg totaal.”

Zijn bewegingen waren verdacht, verklaart de legercommandant die de beveiliger had ontboden, voor hij Etkes laat gaan. Etkes rijdt de beveiliger nog achterna, om hem nog eens uit te schelden. De kolonisten, legerleiders en beveiligers kennen hem. Ze zullen elkaar nog vaker treffen. Etkes volgende project: de Israëlische militaire zones. Daar is hij al helemaal niet welkom.