De beste jaren van je leven beleef je in het obesitaskamp

De regisseurs Wes Anderson (Moonrise Kingdom)en Ulrich Seidl hebben iets gemeen: beide gebruiken graag een statische camera en centraalcompositie om hun bevreemding over de mensheid over te brengen. Hun wereld is er één van tableaux vivants en theater. Andersons verbazing richt zich op individu en familie, die kinderlijk onschuldig zijn in hun absurditeit. De vervreemding die Seidl achter de wit gesausde gevels van Oostenrijk vastlegt, is eerder wrang en ongemakkelijk dan onschuldig. In Paradies: Hoffnung, het sluitstuk van zijn Paradies-trilogie, gaat het meisje Melanie op obesitaskamp terwijl haar moeder zich laat verwennen in Kenia. Ondanks Seidls spot met de semi-militaire sfeer en motivatiepraatjes in dit dikkertjeskamp, is dit het vriendelijkste deel van het drieluik omdat de helden – dikke pubers – nog jong en innemend zijn. Zelfs de kleffe, kekke dokter die weifelt of hij zijn avances richting Melanie doorzet, heeft iets vertederends. Maar als dit de beste jaren van je leven zijn, kan je slechts somber zijn over het vervolg.

Coen van Zwol