‘Baan is 30 procent koopkracht erbij’

◯ Waar ◯ Grotendeels waar ◯ Half waar ◯ Grotendeels  onwaar ◯ Onwaar

CDA-fractieleider Sybrand Buma maandag in De Telegraaf

De aanleiding

Sybrand Buma, fractieleider van het CDA in de Tweede Kamer, weet wel wat hij een werkloze het liefst voor Kerst zou willen geven. „Een baan”, zo zei hij maandag in een interview in De Telegraaf. Dat is veel beter dan bijvoorbeeld honderd euro cadeau doen, is zijn „mantra”.

Want een baan, vindt Buma, daar heb je tenminste wat aan. „Een baan is 30 procent aan koopkracht erbij.” Met andere woorden: als een werkloze vanuit een uitkering gaat werken, krijgt die ineens 30 procent meer te besteden – gemiddeld, suggereert de formulering. Werken loont dus, wil Buma maar zeggen.

En, klopt het?

Eerst even iets over het begrip ‘koopkracht’. Veel koopkracht is beter dan weinig. Zoveel wordt altijd wel duidelijk uit onheilspellende ‘koopkrachtplaatjes’ die per inkomensgroep laten zien hoeveel procent we erop achteruitgaan als er bijvoorbeeld nieuwe bezuinigingen worden aangekondigd.

Maar wat betekent het eigenlijk precies? Koopkracht geeft aan hoeveel spullen een huishouden kan kopen met het inkomen dat het te besteden heeft en kan iets vertellen over hoe het inkomen zich ontwikkelt door de tijd heen.

En die ontwikkeling hield de afgelopen jaren niet over: volgend jaar daalt de koopkracht voor het vijfde jaar op rij, zo voorspelde het Centraal Planbureau (CPB) vorige week in zijn Macro Economische Verkenning. En dat treft vooral werklozen. Want voor werkenden blijft de koopkracht „gelijk”, maar uitkeringsgerechtigden „gaan erop achteruit”, schrijf het CPB.

In één keer 30 procent extra koopkracht – dat is voor een werkloze dus inderdaad nogal een goed cadeau.

Dat percentage blijkt het resultaat van een berekening van het CDA zelf. Een woordvoerder legt uit hoe de partij erbij komt. „Een uitkering voor een alleenstaande bijstandsgerechtigde is 70 procent van het minimumloon”, zegt hij. „En een betaalde baan is ten minste 100 procent van het minimumloon.”

Et voilà: een verschil van precies dertig procentpunten. Best logisch, op het oog.

Maar een paar dingen blijken niet te kloppen. Zo is de hoogte van een bijstandsuitkering voor een alleenstaande bijstandsgerechtigde maar 50 procent van het minimumloon, geen 70 procent. Een alleenstaande ouder heeft recht op 70 procent van het minimumloon. Maar vooruit: we zijn van goede wil en nemen aan dat Buma eigenlijk doelde op een bijstandsgerechtigde mét kind(eren).

Belangrijker: het CDA heeft in zijn berekening een foutje gemaakt. De partij verwart procent met procentpunten. Dat zit zo: 100 procent is inderdaad 30 procentpunt meer dan 70 procent. Maar níet 30 procent meer. Want 30 procent ‘bovenop’ zeventig is geen honderd, maar 91. (Voor de liefhebber: 1 procent van zeventig is 0,7. Dat getal maal dertig is 21. Dat vervolgens weer optellen bij zeventig levert die 91 op.) Uit dezelfde rekenmethode volgt dat honderd geen 30 procent meer is dan 70, maar 43 procent meer.

Dat betekent – als we de redenering van Buma volgen – dat iemand die vanuit de bijstand gaat werken er geen 30 procent, maar zelfs 43 procent aan inkomen op vooruitgaat.

Maar veruit het meest essentiële is dit: een stijging van het inkomen betekent niet dat de koopkracht één op één mee stijgt, zegt een woordvoerder van het CPB. „Koopkracht wordt beïnvloed door tig factoren.” Behalve inkomen zijn ook dingen als toeslagen, kortingen en belastingen namelijk mede bepalend voor het uiteindelijke besteedbare inkomen.

Zo krijgt iemand die minimumloon verdient doorgaans minder huurtoeslag dan een uitkeringsgerechtigde, zegt onderzoeker Marcel Warnaar van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud). Verder hebben werklozen bijvoorbeeld recht op ‘gemeentelijke regelingen’, die hun financieel voordeel opleveren. „Die vervallen zodra iemand een baan krijgt.”

Maar wat levert het dan wél op, als een alleenstaande bijstandsouder gaat werken?

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid berekende hoeveel een bijstandsouder er wérkelijk op vooruitgaat als die gaat werken tegen het minimumloon – en hield daarbij dus rekening met zaken als belastingen, toeslagen en gemeentelijke regelingen. Volgens deze berekening gaat een gemiddelde bijstandsouder er 3 procent op vooruit als die vanuit een bijstandsuitkering aan het werk gaat. Eéntiende van de 30 procent extra koopkracht die Buma als kerstcadeau wil geven.

Conclusie

Werken loont, zei fractieleider Sybrand Buma van het CDA afgelopen maandag in De Telegraaf. „Een baan is 30 procent aan koopkracht erbij.” Want een bijstandsuitkering voor een alleenstaande ouder is 70 procent van het minimumloon en bij een betaalde baan krijgt die ten minste een héél minimumloon.

Maar wat iemand uiteindelijk te besteden heeft, is van meer dingen afhankelijk dan alleen inkomen. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid berekende dat een bijstandsouder er maar 3 procent op vooruitgaat als die tegen minimumloon gaat werken. Dat is heel wat minder dan de 30 procent die Buma noemde. Daarom beoordelen wij deze bewering als onwaar.

Next checkt verder nog: ‘Stoppen met de JSF is duurder dan doorgaan’, afgelopen maandag in nrc.next. Ook een bewering langs zien komen die je graag gecheckt zou willen zien? Stuur je suggestie naar de redactie van nrc.next via nextcheckt@nrc.nl of via Twitter met de hashtag #nextcheckt.