Armoede en honger

Ons geheugen is kort. Deze maand zijn de VS voortdurend in het nieuws vanwege de eventuele interventies in Syrië. Maar weet u nog met welk nieuws de VS een jaar geleden op alle voorpagina’s figureerden? Nieuws dat, althans volgens de media, even zozeer ernstige gevolgen zou hebben voor de stabiliteit in de wereld? Het is nieuws dat maar weinig lezers zich spontaan herinneren (niet spieken svp). Ik fris uw geheugen even op. Herinnert u zich nog die dramatische beelden van gebarsten aarde en verdorde maisvelden? De grote droogte in het centrale deel van de VS zou ongeëvenaarde voedseltekorten veroorzaken in de wereld en zou tot toenemende sociale onrust leiden.

Het feit dat er een jaar later geen sprake is voedseltekorten, zou de alarmisten te denken moeten geven. De wereldvoedselproductie blijkt weerbaarder dan gedacht. Voedsel wordt ieder seizoen opnieuw geproduceerd, en bij een open wereldhandel kunnen tekorten ondervangen worden. Althans voor wie geld heeft.

Want dat is de crux. Armoede en honger zijn nauw verbonden. Wie geen geld heeft, kan geen voedsel produceren, wie honger heeft, kan niet werken of naar school en heeft daardoor minder kans om geld te verdienen. Daarom zijn de statistieken van het aantal ondervoede en arme mensen grosso modo identiek. Simpel gezegd, wie in extreme armoede verkeert, dus minder dan 1,25 dollar per dag kan besteden, lijdt altijd honger.

Deze weken komt de 68ste zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties bijeen, onder andere om de zogenaamde post-2015-agenda te behandelen. Dat klinkt bureacratisch, maar dat is het niet. Het gaat om het engagement van alle naties om extreme honger en armoede eindelijk uit te bannen. Daar zijn ter voorbereiding op deze zitting bladzijden met prachtige formuleringen aan gewijd. Er is goed nieuws, en minder goed. Sinds 2000 is de wereldbevolking met een miljard mensen gegroeid, maar desondanks is het aantal van hen in extreme armoede verminderd met een half miljard. Kindersterfte is met dertig procent afgenomen. In de geschiedenis van de mensheid zijn dit nooit vertoonde resultaten. Een eeuw geleden kreeg naar schatting zestig procent van de mensheid (veel) te weinig te eten, nu is dat dertien procent.

Maar er is geen enkele reden voor zelfgenoegzaamheid. We kunnen niet achterover leunen en denken dat ‘het’ wel opgelost is. De armste 1,2 miljard consumeren één procent van alle goederen, de rijkste miljard – u en ik dus, de OESO-landen – 72 procent. Die ongelijkheid is niet alleen een potentiële bom onder de wereldvrede, maar is evenzeer moreel onaanvaardbaar. Dat is dan ook de nieuwe stap die de VN moeten zetten. We kunnen niet meer berusten in de halvering van armoede en honger, destijds het eerste doel van de Millennium Development Goals, net als bij de Wereldvoedseltop in 1996. Nu moeten we honger en extreme armoede volledig uitbannen, op een duurzame manier. Dit doel vraagt niet alleen om overheden of ontwikkelingshulp, maar ook om private investeringen. Het grote bedrijfsleven zit nu wel af en toe aan tafel bij de VN, maar het midden- en kleinbedrijf is onzichtbaar – en juist daar zal de werkgelegenheid vandaan moeten komen. Of het mogelijk is, weet ik niet. Honger en armoede zijn het hardnekkigst waar overheden niet functioneren en rebellen huishouden, waar mensen hun voedsel niet kunnen verbouwen, geen werk is en aanvoerlijnen zijn doorgesneden, zoals in Somalië, de Congo of straks Syrië. Het uitbannen van honger en armoede gaat samen met vrede en ontwapening. Maar ook waar vrede heerst, blijkt het moeilijk. In het economisch zo succesvolle India is tweederde van de inwoners arm en ondervoed, ambitieuze voedselprogramma’s ten spijt. De vooruitgang op het gebied van honger en armoede blijft kwetsbaar, maar het gaat ons allen aan.

Louise O. Fresco is universiteitshoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, bestuurder en schrijfster. Zie ook louiseofresco.com.