Aow op 67? In 2113 lachen ze er om

Jongeren die nu gaan werken, mogen misschien pas op hun 76ste met pensioen. Alleen zo blijft het stelsel houdbaar.

Over honderd jaar lachen ze in Nederland om al het verzet tegen de verhoging van de aow-leeftijd en de pensioenleeftijd. Van 65 naar 67 jaar? Middeleeuws!

In 2113 is het heel gewoon om honderd of ouder te worden, als de berekeningen van onderzoeker Joop de Beer van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) kloppen. Misschien werken mensen dan wel door tot hun tachtigste.

Twintigers die nu de arbeidsmarkt betreden, worden ouder dan de huidige 65-plussers. Zij moeten er al rekening mee houden dat ze pas op hun 72ste, misschien 76ste met pensioen kunnen, volgens De Beer. Baby’s van nu hebben helemaal een lang leven van werken voor zich.

De huidige aow-leeftijd stijgt stapsgewijs naar 66 jaar in 2018 en tot 67 jaar in 2021. De pensioenleeftijd, waarop het aanvullende pensioen vrijkomt, wordt volgend jaar verhoogd van 65 naar 67 jaar. Daarna stijgen beide afhankelijk van de levensverwachting op 65-jarige leeftijd.

„Dat we ouder worden is goed nieuws, zeker als het in goede gezondheid is”, zegt woordvoerder Gert Kloosterboer van de Pensioenfederatie, de koepelvereniging van 350 pensioenfondsen. „Maar het is heel simpel: we zullen allemaal langer moeten gaan werken om het pensioenstelsel houdbaar te houden.”

„Als de AOW- en de pensioenleeftijd mee stijgen met de levensverwachting, is er eigenlijk niets aan de hand”, zegt Jeroen Breen, directeur van het Koninklijk Actuarieel Genootschap (AG), de beroepsgroep van verzekeringswiskundigen. Anders gezegd: als het ‘Zwitserleven’ tussen onze pensionering en onze dood niet langer wordt, hoeven pensioenfondsen niet meer geld uit te keren dan nu. Breen: „De pensioenpremies kunnen misschien zelfs omlaag, omdat mensen langer werken en langer sparen voor hun pensioen.”

Maar is het huidige pensioenstelsel ook berekend op een spectaculaire stijging van de levensverwachting, zoals De Beer voorspelt?

„Nee, niet voldoende”, zegt Kloosterboer van de Pensioenfederatie. Maar wél de nieuwe pensioenmodellen die staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) uitwerkt, denkt hij. Fondsen kunnen straks mogelijk kiezen uit twee smaken: een nominaal pensioencontract (een vastgelegd pensioen, maar met weinig aanpassing aan prijs- of loonstijgingen) of een reëel contract (meer beleggingsrisico’s, maar meer koopkrachtbehoud). Het zou ook nog kunnen dat Klijnsma uiteindelijk niet deze twee, maar één tussenvariant biedt.

Nieuw is het LAM of voluit: het ‘levensverwachtingsaanpassingsmechanisme’. Als de gemiddelde leeftijd ineens met een schok stijgt, moeten pensioenfondsen langer en dus meer geld uitkeren. In het nieuwe systeem kunnen ze dan via het LAM de pensioenopbouw voor werkenden en de uitkering aan gepensioneerden verlagen, ongeacht de financiële situatie van het fonds. Nu mogen de fondsen bij demografische schokken wel de inflatiecorrectie op de pensioenen beperken.

Het verschil met het huidige pensioenstelsel is dat de ‘schade’ via het LAM meteen wordt gerepareerd en eerlijker wordt verdeeld over verschillende generaties, stelt de Pensioenfederatie. In het reële contract zou het aanpassingsmechanisme verplicht worden, in het nominale contract een optie. En de derde, tussenvariant bestaat officieel nog helemaal niet.

Maar goed, wie weet hoeveel staatssecretarissen en pensioenakkoorden in 2113 gepasseerd zijn.

Een punt van zorg wordt vooral dat langer doorwerken, denkt directeur Breen van het AG. „Is er straks wel werk voor al die zeventigplussers op de arbeidsmarkt? Misschien moeten we toe naar een deeltijdpensioen? De hele discussie over zware beroepen kun je opnieuw gaan voeren.”

Beatrice van der Heijden, hoogleraar hoogleraar ‘strategic human resource management’ in Nijmegen, ziet juist kansen voor oudere werknemers. „Ouderen blijven juist heel waardevol voor de arbeidsmarkt om hun werkervaring en wijsheid. Via individueel maatwerk kunnen ze heel goed aan de slag blijven. Bijvoorbeeld als zzp’er, in visitatiecommissies, als auteurs, of met zorgtaken thuis. Langer doorwerken maakt ook dat je langer gezond blijft.”

Als mensen ouder worden, blijven ze sowieso langer gezond, volgens woordvoerder Luuk Caubo van branchevereniging Zorgverzekeraars Nederland. Voor zorgverzekeraars ten slotte maakt het niet veel uit of Nederland straks grossiert in honderdjarigen, zegt hij. „Mensen leven nu ook al langer dan vroeger, maar blijven ook langer gezond, aldus Caubo. „Een hogere levensverwachting leidt niet altijd tot meer zorgkosten.”

Het kan natuurlijk ook dat de verwachtingen van het NIDI niet helemaal of zelfs helemaal niet uitkomen. In het laatste geval wordt er over honderd jaar eerder gelachen om krantenartikelen zoals dit.