Als slachtoffer zijn ze het sterkst

Het verbod op de Moslimbroederschap maakt Egypte er niet veiliger op. Radicalisering ligt op de loer, schrijft Annabell Van den Berghe.

De Moslimbroeders in de hoek duwen, plaatst hen precies in de positie waarin ze het best functioneren. Foto AFP

De Egyptische rechtbank verbood maandag alle activiteiten van de Moslimbroederschap. Dat betekent een totale onderdrukking van zowel de religieuze organisatie, als van de politieke tak en de sociale beweging van de Moslimbroeders. Ook onder Mubarak opereerde de organisatie hoofdzakelijk ondergronds, maar werden haar ‘sociale activiteiten’ gedoogd. Dat hield vooral in dat de Moslimbroeders onderwijs en ziekenzorg voor de armsten mochten organiseren, waardoor zij op de steun van een deel van de bevolking konden blijven rekenen. De deze week opgelegde maatregelen zijn dus repressiever dan ze ooit waren. En dat is niet zo verstandig.

Onmiddellijk na het afzetten van president Morsi opende de interim-regering de heksenjacht op de Moslimbroederschap. Alle islamistische televisiekanalen werden verboden en geestelijke leiders werden samen met duizenden van hun volgelingen achter tralies geplaatst. Drie enorme bloedbaden waarbij de Egyptische veiligheidsdiensten met scherp schoten op demonstranten, kostten aan minstens duizend Moslimbroeders het leven. Generaal Sisi kondigde zijn staatsgreep zo aan op Facebook: „Het is eervoller te sterven dan te zien dat het Egyptische volk zich angstig of bedreigd voelt (…) het leger zal zijn bloed offeren voor Egypte en zijn volk in de strijd tegen elke terrorist, extremist of onwetende.”

Alle aanhangers van Morsi worden gestigmatiseerd als terroristen. Als een kwaad dat bestreden moet worden met alle mogelijke middelen. Te beginnen met moord en onderdrukking. Maar is die onderdrukking wel doeltreffend?

Moslimbroeder Morsi is er niet in geslaagd Egypte democratisch te leiden. Onder zijn regering stevende het land af op een politieke, sociale en economische crisis. Gezien de onvrede onder de bevolking en de bereidheid van het volk om de straat op te gaan, moest de vlam vroeg of laat in de pan slaan. De veiligheidsdiensten speelden sluw in op die broeiende onvrede en grepen hun kans op de macht. Maar het afzetten van de president alleen was niet voldoende, zijn hele achterban moest opnieuw verboden worden. En wel nog strikter dan ooit tevoren.

Al tachtig jaar ondergronds

De regering lijkt er alleen aan voorbij te gaan dat de Moslimbroederschap als onderdrukte groep uitzonderlijk sterk en goed georganiseerd is. Tachtig jaar lang opereerde de organisatie ondergronds. Door tijd en ervaring werd het een van de best gecoördineerde groeperingen in Egypte. De organisatie nu opnieuw in de hoek duwen en verbannen, plaatst haar dus precies in de positie waarin ze het best functioneert. Als het regime de Moslimbroederschap wil doen verdwijnen, is onderdrukking waarschijnlijk de inefficiëntste manier.

Dat de Moslimbroederschap een fundamentalistische organisatie is, staat buiten kijf. In haar grondbeginselen staat de jihad – de heilige oorlog met een islamitische staat tot doel – centraal. De laatste jaren echter werd de Broederschap gematigder. Een gematigd beleid was essentieel om te participeren in het sociale en politieke leven in Egypte. De groep nu onttrekken aan dat leven en haar bestempelen als terroristisch is daarom erg gevaarlijk. Moslimbroeders worden nu uit het publieke debat geweerd. Hun wordt op alle mogelijke manieren de mond gesnoerd. Televisiezenders worden verbannen en geestelijke leiders gearresteerd. Hiermee wordt ook elke reden die de Broeders hadden voor het voeren van een gematigd beleid met de grond gelijkgemaakt. Dat brengt de kans dichterbij dat ze zullen teruggrijpen op hun basisbeginselen, waaronder de jihad.

Gevaarlijke vrienden

Maar de Moslimbroederschap zelf is hoogstwaarschijnlijk niet eens de grootse bedreiging voor Egypte. Dat zijn eerder de vele andere fundamentalistische groeperingen die hen hartelijke onthalen zodra de jihad opnieuw op hun agenda staat. Vorige maand bijvoorbeeld riep Al-Qaeda de Moslimbroeders op de wapens tegen het Egyptische leger op te nemen. Die oproep kwam uit Irak, maar ook dichter bij huis ligt de dreiging op de loer. Hoewel Egypte bekendstaat als stabiele bunker in het Midden-Oosten, heeft het heel erg onstabiele grenzen met zijn buurlanden. In het noorden grenst het aan Gaza, waar de extremistische groep Hamas de overhand heeft. Ook de Sinaï in het oosten van Egypte is bezaaid met islamistische groeperingen die de jihad hoog in het vaandel dragen. Zij controleren er bovendien de wegen voor illegaal wapentransport en mensensmokkel. De grenzen met Libië en Soedan zijn net zo kwetsbaar, want ook daar strijdt nog steeds menig moslim in naam van Allah. Al deze groepen zullen zonder uitzondering de eventuele jihad van de Moslimbroederschap steunen. En of de veiligheidsdiensten hun dan nog het hoofd kunnen bieden, valt sterk te betwijfelen.

Om die dreiging weg te nemen, moet de Egyptische overheid alles in de strijd gooien om de Moslimbroeders terug aan de onderhandelingstafel te krijgen. Ook hun stem moet in de politieke arena gehoord worden. Gebeurt dat niet, dan zullen de Moslimbroeders waarschijnlijk radicaliseren. Het lijkt er wel op dat de veiligheidsdiensten op destabilisatie aansturen, om hun eigen harde hand opnieuw voor te leggen als enig werkbaar alternatief. Terug naar af, terug naar de militaire almacht.