Afschieten dan maar?

Nederland is dol op wild. Als er wilde dieren moeten worden afgeschoten, leidt dat tot veel verontwaardiging, de vondst van een wolf is groot nieuws en vanaf morgen draait in de bioscopen een film over de Oostvaardersplassen. Hebben we niet te veel wild?

Prachtig, zo’n ecoduct over de snelweg. Een half jaar geleden geopend op de Veluwe bij Hulshorst. Honderd meter breed, over de snelweg A28. Uitgerust met camera’s. Voorzien van lage hekken om wilde zwijnen de doorgang te ontzeggen. Verder geschikt voor allerlei andere dieren. Edelherten. Reeën. Dassen. Hazen. Salamanders. Muizen. Zelfs vlinders schijnen graag via ecoducten naar de overkant te fladderen.

We zijn langzamerhand wild van wild in Nederland. De vondst van een wolf is groot nieuws. De belangstelling voor excursies naar bronstige edelherten is groot. Het surplus aan damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen is onderwerp van debat. Vanaf morgen draait in de bioscopen een „natuurspektakel voor het hele gezin” over de Oostvaardersplassen. En vorige week ontketende Natuurmonumenten een enquête onder haar 730.000 leden over de vraag hoe we in Nederland moeten omgaan met de toenemende aantallen wild.

Gaan we te ver? Zijn er straks misschien zo veel wilde dieren dat jagers ze bij het ecoduct moeten afschieten?

„Een ramp”, zegt varkenshouder en akkerbouwer Dirk Dekker uit Nijkerk over het stijgend aantal edelherten op de Veluwe. Dekker, vicevoorzitter van de boerenorganisatie LTO in Gelderland, legt uit dat er niets mooier is dan langs je percelen te lopen en te zien dat de gewassen goed groeien. Laat er dan gerust een paar herten omheen staan.

Maar het wordt anders wanneer twintig edelherten door een maïsveld struinen. „Hoe zou u het vinden als u de hele zaterdag in uw tuin had gewerkt en de volgende ochtend blijken twee bouviers van de buren dat werk kapot te hebben gemaakt?”

Als het over de omgang met wilde dieren gaat, nemen ze bij Natuurmonumenten de laatste tijd vaak het woord „dilemma” in de mond. Boswachters willen niets liever dan veel edelherten in hun gebied en talloze doorkijkjes voor bezoekers om zo’n machtig beest te zien en dat oeroude gevoel van natuur in het echt te ervaren. „Daar komen de mensen voor”, zegt boswachter Ben Roeterd.

Aanrijdingen

Om die reden besloot Natuurmonumenten dertien jaar geleden in een ander deel van de Veluwe, het Deelerwoud, te stoppen met het afschieten van edelherten en te zien wat er gebeurt als je de dieren helemaal met rust zou laten. Welnu, er kwamen veel meer edelherten. En vooral de mannetjes verspreidden zich over aangrenzende delen van de Veluwe om daar gewassen aan te vreten, heel veel jonge boompjes op te eten, en over provinciale wegen te lopen waar ze werden aangereden.

„Het aantal edelherten verviervoudigde”, zegt Gert Verwolf van de Faunabeheereenheid Gelderland, de club die bepaalt hoeveel wild jagers moeten afschieten. De discussie is wat hem betreft: moeten we doorgaan met het bestrijden van de schade die de herten veroorzaken? Of moeten we overgaan tot de gebruikelijke methode: elk jaar zo veel edelherten afschieten als nodig is? „Ik denk het laatste.” Met als bijkomend voordeel: „Je krijgt er mooi, biologisch vlees uit de natuur van.”

Er komt steeds meer wild. Er zijn minimaal honderdduizend reeën, vijf keer zo veel als in 1975. Het aantal damherten is gestegen van vijfhonderd naar vijfduizend, vooral op de Veluwe. Dat is ruim drie keer zo veel als bijna veertig jaar geleden. En twee- tot vierduizend wilde zwijnen, dat waren er destijds ongeveer duizend. De getallen zijn gebaseerd op tellingen in het voorjaar, dat wil zeggen vóórdat de meeste dieren jongen krijgen. Veel dieren worden afgeschoten, zo komen jaarlijks vijftienduizend reeën aan hun einde. De uitgekeerde schadevergoedingen stijgen eveneens. Vorig jaar werd 13,7 miljoen euro betaald aan gedupeerde boeren, bijna twee keer zo veel als in 2007. De meeste schade veroorzaken ganzen, en de laatste jaren ook mezen die zoete peren eten. Veel schade wordt ook veroorzaakt door aanrijdingen. De meeste betreffen reeën, tienduizend keer per jaar in heel Nederland, en in veel mindere mate wilde zwijnen, damherten en edelherten.

Wat te doen? Het jaarlijks afschieten van het surplus aan wild, de zogenoemde aantalsregulatie, stuit op verzet bij veel dierenliefhebbers. Gezonde dieren afknallen is voor organisaties als de Faunabescherming, die veelvuldig procedeert, een gruwel. Liever zien veel dierenwelzijnsorganisaties dat wilde dieren met rust worden gelaten, dan ontstaat er naar hun indruk vanzelf een „natuurlijk evenwicht”.

Afschieten mag alléén, vindt secretaris Pauline de Jonge van de Faunabescherming, om verzwakte dieren ernstig lijden te besparen. „Laat de natuur dieren selecteren.” Het is deze opvatting die de gemeenteraad van Amsterdam er jarenlang, tot eerder deze maand, toe bracht om géén damherten af te schieten in de Amsterdamse Waterleidingduinen.

Het resultaat laat zich raden. De aantallen exploderen in gebieden waaruit het wild kan ontsnappen. „Stop je met ingrijpen, dan dender je naar enorme hoeveelheden”, zegt Gerrit Jan Spek, coördinator grof wild op de Veluwe. „Mensen beseffen niet hoe hard dat gaat. Elke drie jaar verdubbelen de aantallen. En dan gaan de dieren ruimte innemen. En eten ze moestuintjes op.”

Zo hebben ook vele honderden damherten de Amsterdamse Waterleidingduinen verlaten en de omgeving gekoloniseerd, met alle schade en aanrijdingen van dien. Vorig jaar kwamen 61 damherten om bij aanrijdingen, in 2008 waren dat er nog zeven. De landbouwschade bedroeg vorig jaar ruim 125.000 euro, vijf keer zo veel als in 2011.

Graasweiden

Niet ingrijpen is ook om andere redenen onwenselijk, vindt Spek. Hij noemt het een „denkfout” om te beweren dat de afwezigheid van menselijk ingrijpen goed is voor de natuur. „Wilde dieren die planten eten, vreten in die situatie alles kaal. Dat gaat dus ten koste van andere natuur, van de biodiversiteit als geheel.”

Jaarlijks afschieten dan maar? Of alternatieven serieus nemen? Die zijn er, stellen de beheerders. „Daar willen we naar kijken, want wij zijn enthousiast over de edelherten”, zegt boswachter Roeterd.

Het beste is volgens Natuurmonumenten misschien het uitbreiden van natuurgebieden waar wild ongestoord kan leven. Als dat niet lukt, zou je ook kunnen variëren met de jaarlijks toegestane aantallen wild per gebied. Verder zijn er maatregelen denkbaar om aanrijdingen te voorkomen, zoals verlaging van de maximumsnelheid, bredere bermen of reflectoren langs de weg die wild afschrikken. Je kunt meer hekken om akkers plaatsen. En je zou graasweiden kunnen aanleggen in gebieden waar het wild in alle rust voedsel kan vinden.

Varkenshouder Dekker: „Dat idee van de graasweiden komt van mij. Dan moeten ze die weiden wel bemesten. Want ons gras is veel smakelijker dan die dooie heistengels in het bos.”