Column

Weg met de Iran-hype

Hypes gaan snel, dat ligt nou eenmaal in hun aard besloten, en zo kunnen we van het Syrië-moment naadloos overgaan op Iran. Twee weken geleden schreef ik nog dat het Westen met Iran moest gaan praten over zijn omstreden nucleaire programma en over Syrië, maar dat Iran melaats was in de westerse perceptie. Ik deed even een paar andere dingen, en húp, alle zweren weg en de nieuwe Iraanse president Rohani is veranderd in een schone prins.

De Amerikaanse president Obama heeft al brieven uitgewisseld met zijn Iraanse collega, en er wordt druk gespeculeerd over een handdruk en misschien zelfs een kort gesprek als ze morgen allebei de VN-Assemblee in New York toespreken. Analisten kunnen over niets anders meer schrijven.

Rohani verzekert dag na dag in de Amerikaanse media dat hij écht een akkoord wil sluiten met het Westen over hun omstreden nucleaire programma. De steile opperste leider ayatollah Ali Khamenei heeft uit zijn mond kunnen krijgen dat flexibiliteit soms nodig is. Zelfs Khomeiny is uit zijn graf gehaald om de nieuwe Iraanse soepelheid te onderschrijven. Had hij geen „heldhaftige” compromisbereidheid getoond door in 1988 een bestand met Irak te accepteren?

De botte Ahmadinejad is vakkundig weggepoetst. De Holocaust heeft nu wel degelijk plaatsgehad en Rohani neemt het enige Joodse lid van het Iraanse parlement naar New York mee om de pro-Israëllobby daar om te turnen.

Ik zag ook dat de internationale organisatie Avaaz, die op internet zoals ze zegt campagne voert „om de kloof te dichten tussen de wereld die we hebben en de wereld die we wensen”, een campagne heeft gelanceerd om de Iraanse en Amerikaanse leiders ertoe te bewegen te gaan praten over Syrië. De petitie is al door 1,2 miljoen mensen getekend.

Maar ik hou niet van hypes, en deze wil ik ook de bodem inslaan. Ik weet 100 procent zeker dat er in Israël en Saoedi-Arabië hard wordt gewerkt aan een tegencampagne. Die vertrouwen Iran allebei voor geen cent, en hebben bovendien veel invloed in Washington. „We moeten ons niet laten bedriegen door de frauduleuze woorden van de Iraanse president”, zo gaf de Israëlische premier Netanyahu alvast een voorzet. „De Iraniërs zijn aan het spinnen in de media zodat de centrifuges kunnen blijven spinnen.” Ik vind dat soort woordspelingen nooit zo overtuigend, maar reken maar dat het hem menens is. Netanyahu spreekt Obama over een week.

Zo’n proces van toenadering tussen Iran en het Westen heeft tijd nodig. De Netanyahu’ s van deze wereld willen er alleen maar op slaan. Aan Iraanse kant zitten er ook genoeg spelbedervers. Obama is geen Sadat, die zijn onderbuik trotseert.

Er gaat voorlopig niets van komen.

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt iedere dinsdag de feiten van de hypes.