Column

Renske Kater

Velen zullen bekend zijn met het fenomeen kater, de ochtendstraf voor een nacht vol feest, de lichamelijke boetedoening voor eerdere overwegingen als: „Nee joh, ik kan best nog een wijntje nemen, ik heb nergens last van. Heb ik jou al wel eens verteld dat ik van je hou? Zullen we anders morgen gaan emigreren naar Puerto Rico? Ja? En hoe heette je ook alweer?”

Zodra je het over een kater hebt, voelt iedereen hetzelfde: de nadorst-droom waarin je gulzig een zwembad leegdrinkt, het vermoeden dat een kolonie gnoompjes zich woedend een weg uit je hersenpan probeert te beuken, de hartgrondige wens een dag lang slechts horizontaal te hoeven leven.

Maar laten we eerlijk zijn: een kater hééft wel wat. Het is afschuwelijk, maar het is wel jóúw kater. Je sleept hem met je mee, beschaamd en ergens ook voldaan, want elke zure oprisping doet je denken aan het wonderschone moment dat uit het niets DJ BoBo werd gedraaid. Daarbij is een kater een houding en een excuus ineen: je kan op een afspraak verschijnen, mededelen: „Excuses voor de drachtige bunzingstank mensen, maar ik was iets te enthousiast met de raki gisteren.” Waarna je op de bank ploft en vervolgens enkel nog praat over eten dat lekkerder wordt van mayonaise (alles).

Nee, het wérkelijke probleem ligt ergens anders: de dag ná de kater. Je vergeet die dag. Je denkt van tevoren: als ik zaterdagnacht uitga, heb ik de hele zondag om ‘lekker uit te brakken’ en kan ik maandagochtend gewoon weer fris de hele dag vergaderen over een nieuwe huisstijl. Je gelooft dat je na die ene katerdag zorgeloos kan terugkeren naar een opgewekt humeur, vermogen tot helder denken en een niet-klamme onderrug. Maar de klap op the day after the day after is extra hard, juist omdat je hem al niet meer verwacht.

Eerst merk je dat je nog steeds reageert als een zombie. Dan merk je dat als iemand je vraagt of je een broodje kaas mee wilt nemen, je paniekerig denkt: „Neeneenee – wat? Een broodje? Met wat voor kaas dan? En als ik dan voor haar iets haal, moet ik dan ook voor de rest iets meenemen? Engelse drop? Een halve kreeft?” Vervolgens krijg je anderhalf uur geen sms en raak je er stellig van overtuigd dat je vrienden nooit van je gehouden hebben, en uiteindelijk vind je jezelf terug voor een televisie waar een Tena Lady-reclame te zien is terwijl je hysterisch huilend uitroept: „Sommige vrouwen verliezen zelfs urine als ze moeten niezen, dat is zo ONEERLIJK!”

Op zo’n moment merk je dat het excuus ‘ik was iets te enthousiast met de raki – eergisteren’ nog niet bij iedereen begrip oplevert.

Dus ik pleit voor meer erkenning. Zodat iedereen weet dat je niet krankzinnig bent geworden, maar gewoon nog een dagje nodig had.