Oppositie zoekt naar de somberste rekensommen

Wat gebeurt er met de koopkracht? Oppositieleden zijn druk aan het rekenen, om aan te tonen dat het kabinet de inkomens te hard treft.

Zaterdagavond dacht SGP-Kamerlid Elbert Dijkgraaf een belastingdruk van maar liefst 98,6 procent op het spoor te zijn. Een paar dagen langer studeren op de kabinetsplannen resulteerde in een lagere maar nog altijd aanzienlijke belastingdruk van 85 procent. Niet over het hele salaris van 50.000 euro dat hij als rekenvoorbeeld kiest, maar over het deel dat iemand boven de 30.000 euro verdient.

Neem een een alleen verdienende vader met drie kinderen – het voorbeeld is van de SGP. Als hij 50.000 euro verdient, heeft hij volgens Dijkgraaf maar 3.000 euro meer te besteden dan als hij 30.000 verdient. Absurd, vindt Dijkgraaf.

Politici van de oppositie komen dezer dagen vaker met dit soort schokkende sommetje. Doel is de kabinetsplannen in een ongunstig daglicht te stellen: de bezuinigen raken niet alleen de economie, maar ook de individuele burger.

Iedereen herinnert zich het protest toen direct na de formatie de gevolgen van de inkomensafhankelijke zorgpremie bekend werden. Onder maatschappelijke druk wijzigde de coalitie de plannen. Deze week verdedigt premier Rutte het kabinetsbeleid voor 2014. De oppositie zal proberen nu hetzelfde effect te sorteren.

Zijn de kabinetsplannen zo schokkend als de oppositie beweert? Het voorbeeld van Dijkgraaf lijkt te kloppen maar is niet representatief. Het is de vraag of je (deels) misgelopen regelingen – zoals kindgebonden budget, studiefinanciering en arbeidskorting – tot de belastingdruk moet rekenen, maar econoom Dijkgraaf is geen neutrale analist. Lastenverzwaring is momenteel het meest gebruikte wapen op het Binnenhof. Al of niet in één adem genoemd met het even politiek gevoelige begrip nivellering.

Voordat Dijkgraaf aan het rekenen was geslagen, had CDA’er Pieter Omtzigt al zitten cijferen. Deze econometrist constateerde dat de belastingdruk voor veel mensen komend jaar stijgt van 42 naar 49 procent. De algemene heffingskorting en de arbeidskorting – die beide ervoor zorgen dat je minder belasting betaalt – lopen in de komende jaren terug naarmate er meer wordt verdiend.

Het zijn dit soort uitgekiende berekeningen waarmee oppositiepartijen morgen tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen, de Miljoenennota van het kabinet zullen aanvallen.

Minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) toonde zich weinig onder de indruk van de kritiek. Dat de belastingdruk stijgt, ontkent hij niet. Dat is mede het gevolg van de extra ombuigingen van 6 miljard die hij vorige week bekend maakteen die het begrotingstekort in 2014 moeten beperken. „Het is niet leuk, maar onderdeel van de crisis.”

Dijsselbloem bracht zelf nog de commotie in herinnering rond de inkomensafhankelijke zorgpremie. Die zorgde bij sommigen voor zoveel koopkrachtdaling dat het voorstel verdween. „Toen was de kritiek – niet helemaal onterecht – dat we inkomensbeleid wilden voeren via de zorgpremie. Doe het dan via belastingen, was de boodschap. Dat doen we nu.”

Tegenvallers verdelen is inderdaad per definitie inkomenspolitiek. En dat leidt snel tot commotie, zeker omdat VVD en PvdA anders over nivellering denken. Inzet van het kabinet is dat de middeninkomens zoveel mogelijk worden ontzien. Volgens het Centraal Planbureau daalt de koopkracht van de inkomens tussen 30.000 en 95.000 euro niet of nauwelijks. Het betreft ruim de helft van alle werkenden.

De fictieve ‘vader’ van Dijkgraaf is een uitzondering, zoals alle koopkrachtbeelden van het CPB vol uitzonderingen zitten. Voor sommigen kan het kabinetsbeleid heel vervelend uitpakken. Toeslagen, zoals voor zorg en kinderopvang, lopen bij een hoger inkomen terug.

Het effect is nivellerend. De ‘marginale belastingdruk’ – de belasting op elke extra verdiende euro – loopt hierdoor op. Wanneer Omtzigt spreekt van een stijgende belastingdruk naar 49 procent, dan heeft het over de euro die iemand extra verdient. Wie in 2015 45.000 euro verdient, zo geeft hij als voorbeeld, en een loonsverhoging van 100 euro krijgt, houdt daar 51 euro aan over.

Het CDA, de partij van Omtzigt, lanceerde gisteren een tegenbegroting waarbij het tegengaan van lastenverzwaringen centraal stond. De belasting kan omlaag op het moment dat de overheidsuitgaven worden beperkt. Bijvoorbeeld door de lonen van ambtenaren en zorgpersoneel te bevriezen. Ook stelde CDA-leider Sybrand Buma gisteren voor om het mes te zetten in de toeslagen die miljoenen gezinnen maandelijks op hun rekening gestort krijgen.

Zeker maatregelen die effect zullen hebben op de overheidsuitgaven. Goed nieuws voor de belastingbetaler, want die ziet de druk van de fiscus dalen. Maar de blijdschap daarover is snel over als blijkt dat zijn salaris wordt bevroren en tal van toeslagen teruglopen of zelfs worden afgeschaft. Minder lastenverzwaringen dus, maar het effect op de koopkracht is niet anders.

Ook de plannen van de oppositie bieden genoeg voer voor sombere rekenvoorbeeldjes.