Column

Neerdonk, de roman

Je hoopt meteen dat er een dorp bestaat dat de antropoloog Mart Bax op zijn minst inspiréérde tot zijn verhaal over Neerdonk. Al was het maar omdat zo’n dorp voortreffelijk in deze rubriek zou passen. Dolgraag en stante pede zou ik naar welk gat dan ook afreizen, zolang het maar een bedevaartsoord is waar ze „openbare vernederingsrituelen” toepassen op de plaatselijke schutspatroon.

Neerdonk – dit dorp verdient beslist een roman. Zoals het een goede roman betaamt, klinkt de naam volkomen geloofwaardig. Ligt ergens tussen Neerbeek en Soerendonk. In Neerdonk, de roman, denk ik aan iets tussen Gerard Walschap en A. F. Th. Van der Heijden. Iets vuistdiks.

Iemand suggereerde Frank van Kolfschoten, die Bax zou ontmaskeren in zijn boek Ontspoorde wetenschap, dat het om het Brabantse Roosendaal ging. „Ik heb zelfs nog gekeken of daar lindebomen stonden”, zegt Van Kolfschoten, als ik bel om te vragen of hij zelf hard naar een dorp heeft gezocht. „Want Bax beschreef heel precies hoe het eruitzag rond dat kerkje”.

Maar er bestond dus geen kerkje, geen dorp en ook geen woord over vernederingsrituelen in ‘het dagboek van een overleden pater’ waarop de VU-antropoloog zich beriep. Zoals de archivaris van het bisdom Den Bosch, Jan Peijnenburg, al in 2003 op verzoek van het Amsterdamse P.J. Meertens Instituut concludeerde: dit verhaal was „volstrekt fictief”. Peijnenburg schreef: ‘er zitten zoveel tegenstrijdigheden in het verhaal dat ik er eerlijk gezegd geen touw aan kan vastknopen’.

En er waren verdacht veel wetenschappers die hetzelfde vermoedden. Ontspoorde wetenschap noemt onder anderen de etnoloog Peter Jan Margry; de Tilburgse hoogleraar Arnoud-Jan Bijsterveld; toenmalig hoogleraar etnologie Gerard Rooijakkers, toenmalig hoogleraar sociale en culturele antropologie van contemporain Europa Jojada Verrips en emeritus hoogleraar sociale antropologie Jeremy Boissevain. Verrips en Boissevain besloten in 2005 dat „de beste strategie” was om Bax in een brief met alle twijfels te confronteren. Bax antwoordde allervriendelijkst maar volstrekt onduidelijk. En dat was dat.

Verrips en Boissevain ‘wisten niet goed raad met dit antwoord’, schrijft Van Kolfschoten. Dit lijkt me mild uitgedrukt. Iedereen bleef op zijn handen zitten.

Bax, vertelt Van Kolfschoten, ging ieder contact uit de weg bij zijn eigen pogingen tot wederhoor. Zelfs een aangetekende brief naar Bax kwam geweigerd retour. Na publicatie van zijn boek is Van Kolfschoten gebeld door de jurist Hans Londonck Sluijk: Bax wilde nu wél inzage geven in zijn bronnen, maar pas na het tekenen van een geheimhoudingsverklaring met boeteclausule. Die bedroeg 5.000 euro per overtreding en 500 euro voor iedere dag dat de overtreding voortduurde. Een zwijgclausule.

De jurist trad op „mede namens Jeroen Bax”, zegt Van Kolfschoten: de zoon van de hoogleraar, tevens de Leidse cardioloog die volgens een andere onderzoekscommissie als co-auteur is vermeld van honderden wetenschappelijke artikelen, terwijl hij er maar enkele met zekerheid schreef. Ook dat is beschreven in Ontspoorde wetenschap. Maar dat ze vader en zoon waren, dat wist Van Kolfschoten toen nog niet.

Neerdonk: als dit geen streekroman is, dan toch wel een familie-epos.