Limburg weert het peloton

Hinder voor hulpdiensten, verstoorde processies – Limburg is de overlast van toerfietsers zat en treft maatregelen.

Foto Maarten Hartman

Een dag na de voetbalwedstrijd willen alle kinderen op het schoolplein Lionel Messi of Robin van Persie zijn. Van sommige volwassen amateurwielrenners maakt zich een soortgelijk gevoel meester zodra ze in de Zuid-Limburgse heuvels rijden. Op de flanken van de Cauberg en de Keutenberg zijn ze topcoureur in het diepst van hun gedachten. Bij die waan hoort het gedrag van de vedettes van de grote koersen: breed uitwaaieren over de weg, verkeersregels negeren en voedselresten en verpakkingen achteloos weggooien.

Veel van die recreanten pikken bij hun rondjes door Zuid-Limburg ook het aangrenzende Belgische Voeren mee. Het zorgt volgens burgemeester Huub Broers voor „een fenomenale overlast”. Hij somt op: „Een uitgerukte brandweerauto wilde een peloton fietsers passeren, maar kreeg geen ruimte maar wél een opgestoken middelvinger. Acht damescoureurs doorkruisten de communicantjes die onder begeleiding van de harmonie van de feestzaal naar de kerk liepen. Op een ander moment reden wielrenners dwars door een processie heen. Er wonen vredelievende lieden in de Voerstreek, maar toen zijn er toch een paar mensen de gracht in geklopt.”

Vooral de grote wedstrijden en tochten zijn Voeren tot last. Broers: „We hebben 4.150 inwoners. We kunnen het ons niet veroorloven om voor duizenden wielrenners steeds vaker een heleboel mensen in touw te hebben. En de drie mensen die ik daags erna afval uit bermen moeten laten halen, kan ik ook nuttiger dingen laten doen.”

Individuele fietsers en clubjes wisten het Heuvelland al langer te vinden. Daar zijn steeds meer en steeds grotere georganiseerde toertochten bijgekomen. De grootste, Limburgs Mooiste en de toerversie van de Amstel Gold Race, trekken 18.000 respectievelijk 12.000 deelnemers. Het wemelt verder van de inofficiële tourtochten van families, verenigingen, bedrijven.

Een beetje in balans

Vandaag tekenen de Nederlandse gemeenten Valkenburg aan de Geul, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Voerendaal en Vaals en het Belgische Voeren een overeenkomst om de zaak een beetje in balans te houden. Ze zijn het eens over maximering van het aantal tochten, gelijkluidende plaatselijke verordeningen (apv’s), één aanvraagformulier voor een vergunning voor alle gemeenten en een centraal coördinatiepunt. Waarschijnlijk sluiten nog dit jaar de overige dertien gemeenten in Zuid-Limburg aan, en later die in het aangrenzende België en Duitsland.

„Het is zo druk geworden dat er behoefte was aan afstemming en regelgeving”, constateert Jack Opgenoord, directeur van het Huis voor de Sport, de provinciale sportraad. „Met meer duidelijkheid valt het met de irritaties ook wel mee. Ik fiets zelf ook. Fatsoen lokt fatsoen uit. Als je als wielrenner vriendelijk je hand opsteekt, geeft een auto je groepje vaak nog voorrang ook.”

Burgemeester Martin Eurlings (CDA) van Valkenburg aan de Geul maakt op zijn 67ste zelf nog zo’n drie- à vierduizend kilometer per jaar in het zadel. Op mooie middagen laat de vader van IOC-lid Camiel wel eens een kruis in zijn agenda zetten om te „spijbelfietsen”. En als de agenda het toelaat, doet hij mee met de toerversie van de Amstel Gold Race, Limburgs Mooiste of andere tochten. „Prachtige evenementen. We moeten alleen uitkijken dat we niet aan ons eigen succes ten onder gaan. Dit weekend bijvoorbeeld: de Mergelheuvelland 2-daagse, een mountainbiketocht en twee wandeltochten, deels over dezelfde parkoersen. Dat leidt tot ergernis.”

Anya Niewierra, directeur van de VVV Zuid-Limburg, laat juist nu de economische impact van het wielertoerisme in haar regio onderzoeken. Al schattend is ze wel eens op honderd miljoen euro per jaar uitgekomen. Dat is wat het wielertoerisme de regio oplevert. „Zo’n 10 procent van het totaal dat in de regio besteed wordt. Door het fietsen hebben we een redelijke bezetting van accommodaties in moeilijke maanden als maart en april, en september en oktober. Veel fietsers maken er een weekend van en nemen soms partner en kinderen mee.”

Die bezoekers verblijven zelden in de Voerstreek. „Onze 127.000 overnachters op jaarbasis komen vooral voor het lieflijke van onze gemeente”, zegt burgemeester Broers. „Als die tijdens een weekend wandelen voortdurend moeten uitkijken dat ze niet omver worden gereden, vragen ze ook om voortaan gewaarschuwd te worden voor dit soort dagen.”

Afstemming

Die afstemming komt er nu via een duidelijke kalender, onder meer te vinden op een website die kan waarschuwen voor „evenementencongestie”. „We werken aan een app die bij het uitzetten van een trainingsrondje rekening houdt met waar wedstrijden, braderieën, processies, of classic car rally’s plaatsvinden”, zegt Opgenoord. „Daar kunnen ze dan omheen fietsen. En dan weet ook de boer op welke dag hij zijn akker beter niet kan ploegen.”