Kuifje en de wondere wereld van de straaljager

Nu Nederland definitief voor de JSF lijkt te kiezen, betekent dat ook een eind aan de presentaties die je als defensiejournalist mag bijwonen. De fabrieksbezoeken en werkontbijten, werkbrunches, werklunches, werkborrels en werkdiners van al die Zweedse, Europese en andere Amerikaanse fabrikanten die hun kist onder de aandacht wilden brengen – „Hoewel ons toestel natuurlijk zichzelf verkoopt.”

Misschien, dacht ik op een frivool moment, is het leuk om al die kandidaat-toestellen eens langs een andere meetlat te leggen: wie de beste catering heeft, mag ook de kisten leveren. Kijken waar je dan uitkomt. Voor een mannenblad legde ik alle menukaarten op een rij van al die eetzaken waar de fabrikanten ons fêteerden.

Overduidelijke winnaar: de Fransen, die onuitwisbaar indruk maakten met een rijk overgoten zeevruchtenlunch aan boord van een Dassault Falcon zakenjet geserveerd op 30.000 voet tussen Rotterdam en de testbasis Istres bij Marseille. Iedereen achteraf woest over dat verhaal – behalve de Fransen.

Op wapenbeurzen gebeurt meer dan je denkt. En dan bedoel ik niet dat je over vredesdemonstranten heen moet stappen voor je binnen bent. Toen ooit een Amerikaanse F-117 stealth-jager op de Londense vliegshow bij Farnborugh te zien was, leunde iemand losjes met zijn hand tegen de romp. Een bewaker gaf hem meteen een mep met een geweerkolf, want het stealth-geheim is deels verstopt in de coating.

Het bestaat allang niet meer, maar de Militaire Inlichtingen Dienst, fluistert men, had ooit een blad opgericht, Herkenning, om ‘journalisten’ te kunnen accrediteren voor beursbezoek. De ‘verslaggevers’ waren van militaire snit en niet al te spraakzaam jegens collega’s, die dus geen collega’s waren. Je zag ze met timmermansoog over Russische luchtafweer en Chinese pantservoertuigen klauteren.

De lunch was goed

De Russische ‘pers’ kan er trouwens ook wat van. Bij een internationale oefening, een paar jaar terug, in het redden van verongelukte onderzeeboten, mocht een Russische ‘cameraploeg’ een kijkje nemen aan boord van Hr Ms Dolfijn. De ‘televisiejournalisten’ hadden wel moeten beloven dat ze geen metertjes en elektronica zouden filmen. Het enige wat die lui deden, zei de commandant nadat de heren de hielen hadden gelicht, „was het filmen van metertjes en elektronica”. Gelukkig hadden ze alles uitgezet.

En zo pakte die vliegshow bij Le Bourget, de ‘Parijse Salon’, ook minder saai uit. We zitten met zijn tweeën, de vliegtuigvertegenwoordiger en ik, in witte, zachte fauteuils op het terras van een ‘chalet’, een hardplastic partytent met restaurant en bediening van een modellenbureau. Pal voor ons taxiet een Russische Sukhoi Su-35 over de startbaan. De lunch was goed, het gebbetje met de menukaarten is me vergeven.

„Ons gevechtsvliegtuig verkoopt zich natuurlijk zelf”, zet hij zijn plaat op, „maar het kan altijd wat extra aandacht gebruiken”. De Soekhoi ontvlamt zijn naverbranders en dondert verticaal de hoogte in. „Jij werkt voor een landelijk dagblad”, schreeuwt hij in mijn oor. „Als jij die aandacht geeft, dan willen wij daar best iets tegenover stellen.”

De Sukhoi maakt een ruime bocht, davert op tweehonderd meter hoogte over het veld en gaat dan op zijn staart staan, alsof hij slipt in de lucht. Even lijkt hij achterover te vallen. Dan klapt de Su-35 zijn neus naar voren, wint vaart en verdwijnt met het geluid van wijkend onweer de lage bewolking in. „Hij doet een Puchatsjev’s Flying Cobra, luchtacrobatiek”, gebaart de verkoper en neemt nog een handje nootjes. „Luchtacrobatiek. Kunnen wij ook.”

„Ik doe het niet, ik neem geen geld aan”, zeg ik. „Eén: het is gewoon niet koosjer. En twee: als het uitkomt, kan ik mijn winkel wel opdoeken en ik vind mijn werk veel te leuk.” Hij knikt, pitch mislukt. „Knap van je, dat je je rug recht houdt”, jokt hij. „Veel van je collega’s denken er anders over.”

Hoe noemde voormalige minister van Defensie Hans Hillen het ook alweer toen de Kamer de verkoop van tweedehands Leopard 2 tanks afschoot? We hebben schone handen, maar wel lege handen.

De verkoper staat op en loopt het chalet uit. Dat is het laatste wat ik van hem zie. En van zijn toestel. Dat heeft zichzelf niet verkocht.