Kleurrijk orkest Tristan und Isolde

Scène uit Tristan und Isolde bij de Nationale Reisopera Foto Marco Borggreve

„Het grootste risico dat we kunnen nemen, is geen risico nemen.” Met dat motto van intendant Nicolas Mansfield begint de doorstart van de Nationale Reisopera als kleine productiekern met grote trom: Wagners Tristan und Isolde met een cast vol roldebutanten en in de bak het Noord Nederlands Orkest dat in 150 jaar nooit een complete Wagneropera speelde.

Zulke lef verdient lof, zeker voor wie werkt met weinig middelen. Dat gezegd hebbend: de internationale kwaliteit van Der Ring des Nibelungen door de ‘oude’ Reisopera in de afgelopen vier seizoenen is nog lang niet vergeten. En in de schaduw daarvan is deze eerste productie nieuwe stijl geen schoolvoorbeeld van wat eenvoud theatraal vermag.

Theoretisch zou je denken dat een sobere regie op basis van een uitgebeend eenheidsdecor juist in Tristan und Isolde welkom tegenwicht biedt aan Wagners oneindige, nergens rust vindende melodieën. Maar in de praktijk is de claustrofobische zwarte schelp van decor- en lichtman Guido Petzold – „Alles tot”, om met koning Marke te spreken – al snel al te beklemmend. Je vraagt je in elk geval voortdurend af wat een lichttovenaar als Jean Kalman hier voor verschil had kunnen maken. Daar komt bij dat de visuele stilstand ruim baan biedt aan de personenregie van Jakob Peters-Messer, die dat met een veelvoud aan clichés (verraad: priemende wijsvinger; erotiek: gehannes met afwikkellappen) niet waarmaakt.

De cast reflecteert de dilemma’s van een beperkt budget. Alle zangers hebben naast sterke kanten ook hun beperkingen. Het sterkst zijn de Isolde van Claudia Iten en de Marke van Yorck Felix Speer. Iten, zeer op dreef ook in haar Liebestod-scène, bezit een krachtig en karaktervol geluid dat alleen in de hoogste regionen soms aan subtiliteit te wensen overlaat. De robuust zingende Speer maakt indruk door zijn kwetsbare rolinvulling. Tenor Robert Künzli houdt zich staande, maar zijn Tristan blijft vlak. Zeer mooi in het middenregister is de Kurwenal van Sebastian Noack.

De echte vervoering moet vooral uit de orkestbak komen – en komt dat ook. De in eigen land nog onvoldoende bekende Nederlandse dirigent Antony Hermus (39), vooral in Duitsland al jaren zeer actief als operadirigent en thans Generalmusikdirektor in Dessau, is als Wagner-dirigent een ware ontdekking. Hij laat motieven zwelgen en zwoegen en pookt het Noord Nederlands Orkest bij schetsen van wraak en verraad vurig op. Maar hij hoedt zich ook voor overdaad; waar mogelijk is zijn Wagner-stijl ook opvallend helder en lucide. De musici van het Noord Nederlands Orkest tonen zich daarbij zo betrokken dat die paar kleine botsinkjes met de grenzen van hun kunnen erbij verbleken.

De première zondag in Enschede was succesvol, maar deed in een toen al halfleeg Wilminktheater vrezen voor de drie voorstellingen die aldaar nog gepland staan. Aansluitend volgt een tournee door de rest van het land.