Kampioen bonnetjesknippen

Schrijfster Pia de Jong verhuisde met haar gezin van Amsterdam naar Princeton, in de Verenigde Staten. Ze schrijft wekelijks over wat haar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits

Elke dag worden stapels coupons door mijn brievenbus gegooid – papieren kortingsbonnetjes die je bij de supermarkt kan incasseren. Stickers met „geen reclamedrukwerk” kennen ze hier helaas niet. Ook mijn virtuele brievenbus slibt vol met coupons, want of je nu schoenen koopt of een bril, afwasmiddel of lingerie, caissières dwingen je e-mailadres af.

Vroeger knipte ik Douwe Egberts-punten uit, die ik in een keukenla verzamelde. Maar op het moment dat ik ze wilde verzilveren waren ze zoek. Alleen super georganiseerde mensen waren in staat om die koffiebekers uit het foldertje bij elkaar te sparen.

Ik moest aan mijn oude zegeltjes denken toen ik het programma Extreme Couponing zag, een realityshow over mensen die geobsedeerd zijn door kortingsbonnen. Het format is elke keer hetzelfde: een vrouw – mannen doen dit niet – arriveert met meerdere karren boordevol boodschappen bij de kassa van een supermarkt, meestal ergens in het midden van Amerika. Daar worden onder het toeziend oog van de caissière, de filiaaleigenaar en een meegesleept kind dat te jong is om zich dood te generen, de producten op de band gelegd. De kassa slaat het bedrag aan, iets in de orde van wat een doorsneegezin in een maand besteedt bij de supermarkt.

En dan gebeurt het: de vrouw in kwestie haalt een enorme stapel op volgorde gesorteerde bonnetjes uit een speciale map en overhandigt die aan de caissière die ze stuk voor stuk gaat scannen. De spanning is nu bijna niet te harden. Zouden ze allemaal geldig zijn? Maar dan gaat ratel-de-ratel, huppakee, simsalabim, het bedrag met sprongetjes omlaag. Het duurt een tijdje, de vrouw pulkt ondertussen aan haar uitgelubberde legging of eet haar nagels op, maar dan verschijnt het totaalbedrag. Niet meer dan een paar dollar en dat voor al die producten. Applaus in de zaak, tranen of hysterisch gejuich bij de vrouw, een kind dat niet begrijpt waarmee hij nou zo blij moeten zijn, en opluchting bij de andere klanten die eindelijk aan de beurt zijn. Als toegift zien we hoe thuis de boodschappen gesorteerd worden in een vaak voor dit doel aangebouwde garage vol met onnodige producten in enorme hoeveelheden.

De vraag blijft hangen wat iemand in hemelsnaam aan moet met die 30 potten mayonaise, een maand voor de uiterste verkoopdatum. Ik verdenk de vrouwen ervan dat ze die ’s nachts stiekem oplepelen. Want ja, het is toch zonde om weg te gooien nadat je er al die moeite voor hebt gedaan.

Het treurige is natuurlijk dat de mensen die deze bonnetjes echt kunnen gebruiken, geen internet hebben, of ze gewoon niet begrijpen. Van de winter stond ik in de rij bij McDonald’s. Voor me stond een magere oude man met een baard van een paar weken. Hij had het koud in zijn dunne jas over slechts een T-shirt. Toen hij aan de beurt was, vroeg hij om een beker warme chocolademelk. Het handige meisje zette het snel voor hem neer. Dat was dan 1 dollar.

Met zijn verkleumde vingers viste de man een bonnetje uit zijn broekzak. Ze bekeek het niet eens. „Op woensdag is de chocolademelk de helft van de prijs”, zei ze.

De man keek haar niet-begrijpend aan. Hij had zin in zijn warme chocola, waar had dit kind het over? Maar ze had nog meer te doen. In een beweging graaide ze de beker voor de man weg terwijl ze toevoegde: „En vandaag is het dus dinsdag.”