Justitie eist in hoger beroep lagere straf tegen Saban B.

Raamprostitutie in de Dollebagijnsteeg in Amsterdam. Foto ANP / Jerry Lampen

Justitie heeft vandaag in hoger beroep zeven jaar celstraf geëist tegen de voortvluchtige vrouwenhandelaar Saban B. wegens een dubbele moordpoging en poging tot vrouwenhandel. De 32-jarige B. werd eerder door de rechtbank in Arnhem tot acht jaar gevangenisstraf veroordeeld.

Ook tegen de handlanger van B., de 39-jarige Bekir I., is een lagere straf geëist. Hij werd eerder veroordeeld tot 7,5 jaar cel, het OM eiste vandaag een straf van zes jaar voor de dubbele moordpoging. De twee mannen waren in mei 2006 betrokken bij de mishandeling van twee mannen in een Amsterdamse internetwinkel. B. zou verder in februari 2004 een poging hebben gedaan om vrouwen te verhandelen.

De eis die dus lager is dan de eerder door de rechtbank opgelegde veroordeling, is opvallend. Maar de geëiste zeven jaar wel hoger dan de oorspronkelijke eis van zes jaar legt een woordvoerder van het OM uit in een toelichting aan nrc.nl:

“Dit wil niet zeggen dat het OM vindt dat het eerdere vonnis van de rechtbank te hoog is. In het hoger beroep maakt het OM opnieuw de afweging. En gelet op de feiten en de veroordelingen in andere strafzaken is het OM tot het oordeel gekomen dat een eis van zeven jaar passend is.”

Vrouwenhandelaar is de staat 2,3 miljoen schuldig

De vrouwenhandelaar werd overigens beging dit jaar veroordeeld tot het betalen van 2,3 miljoen euro aan de Nederlandse Staat. Justitie had 2,5 miljoen van hem geëist. Drie handlangers van hem, onder wie zijn broer Hasan, moeten in totaal ruim 1,3 miljoen terugbetalen. De bedragen zijn gebaseerd op de inkomsten die Saban en zijn handlangers de afgelopen jaren verkregen door de handel in en uitbuiting van vrouwen.

Saban B. nam in 2009 de benen

B., die nog altijd op vrije voeten is, werd in een andere strafzaak in 2010 veroordeeld tot zeven jaar en negen maanden voor onder meer vrouwenhandel en het dwingen van vrouwen tot prostitutie, uitbuiting en het gebruiken van grof geweld tegen vrouwen in de periode van 2000 tot 2004. B. zou ruim 120 vrouwen tot prostitutie hebben gedwongen in de periode van 2000 tot 2004, onder andere in Amsterdam en Utrecht.

De vrouwenhandelaar nam in 2009 de benen tijdens een verlof om zijn pasgeboren kindje te bezoeken in Turkije. In de badplaats Antalya runde hij vervolgens een discotheek. In 2010 werd hij aangehouden in een Turks onderzoek naar afpersing en witwaspraktijken, maar hij werd vrijgelaten omdat Turkije geen onderdanen uitlevert. De uitspraak bij het hof in Arnhem is naar verwachting over twee weken.