Italiaanse mode is zelden somber

De grote modehuizen showen hun voorjaars- en zomercollecties 2014 in Milaan Vooral de Italiaanse merken doen het erg goed in nieuwe markten als China

Redacteur mode

Het was de afgelopen dagen opvallend stil in de chique winkels in de Via Montenapoleone in Milaan. Italianen die nog het geld hebben om designerkleren en -accessoires te kopen, doen dat liever in Zwitserland, sinds de Italiaanse overheid heeft bepaald dat aankopen boven de 1.000 euro niet meer contant mogen worden afgerekend. Ook de modepers, die vanuit de hele wereld was gekomen om de naar de vrouwencollecties voor voorjaar 2014 te kijken, leek minder ongeremd in te slaan dan een jaar geleden.

Evengoed pakten de Italiaanse modemerken de afgelopen dagen uit. Mode draait tenslotte om imago. En Italiaanse mode is sowieso zelden van het sombere soort. Bovendien: in nieuwe markten als China gaat het uitstekend met de Italiaanse mode.

Fendi, Bottega Veneta en Salvatore Ferragamo openden tijdens de modeweek nieuwe en grotere winkels in het centrum, Prada een extra mannenwinkel en Dolce & Gabbana net daarbuiten een kleine boetiek waar kleren van jonge ontwerpers worden verkocht. En Tod’s kwam voor het eerst met een catwalkshow.

De eerste volwaardige kledingcollectie van het schoenen- en tassenlabel was ontworpen door Alessandra Facchinetti, eerder hoofdontwerper bij Gucci en Valentino. Bij allebei die huizen was ze weer snel weg, maar bij Tod’s lijkt ze op haar plaats: haar subtiele grijze rokken en effen pastelkleurige leren jurkjes zijn conservatief genoeg voor de fans van Tod’s, en stukken als een leren tuniek met een op het werk van kunstenaar Lucio Fontana gebaseerd patchwork bijzonder genoeg om modeliefhebbers te verrassen.

De opvallendste show van de modeweek was die van Prada, dat jonge, uitbundige (bont)jassen en jurken met grote vrouwengezichten erop en met pailletten bezette, over de kleding gedragen beha’s, beenwarmers met sportstrepen en ‘Teva’-sandalen liet zien. Maar ook bij Gucci was het bal. Jurken en tunieken hadden diepe zijsplitten en patchwork dat was geïnspireerd op het art-decowerk van modeontwerper en illustrator Erté, en werden gecombineerd met sportieve nethemdjes van suède – sportinvloeden een grote trend in de vrouwencollecties – en sexy behaatjes met extra bandjes. Een voor ontwerpster Frida Giannini losse collectie, die deed denken aan de de decadente discojaren.

Karl Lagerfeld is vooral bekend als de man achter Chanel, maar hij is ook al sinds 1967 verbonden aan het Italiaanse Fendi, Dit keer had hij, zo zei de tachtigjarige ontwerper, zich laten inspireren door de wereld van de informatica. Vrolijke jurkjes van organza waren opgebouwd uit hoekige, in kleur oplopende, transparante panelen, bontjassen – Fendi is van oorsprong een bonthuis – samengesteld uit flinterdunne vierkantjes.

Marni

Ook Marni begon ooit als bonthuis, maar dat materiaal was ditmaal helemaal afwezig in de collectie, die sportief was gestyled met zonnekleppen en slippers met dikke, gestreepte zolen. Er zat ook een romantisch bloementhema in de show: er waren tal van bloemenprints, en bomberjacks waren helemaal bezet met bloemdessins van kralen.

Het schijnt niet zo goed te gaan met Marni, dat begin dit jaar werd ingelijfd door Renzo Rosso (eigenaar van onder meer Diesel, Viktor & Rolf en Maison Martin Margiela), maar er zijn niet veel modehuizen die zulke aantrekkelijke, draagbare mode voor vrouwen van alle leeftijden maken: kuitlange rokken met een lang jasje erover, elegant-sportieve broeken met rechte pijpen en jurken met brede mouwen, een ceintuur in de taille en een kuitlange rok.

De Duitse Jil Sander, zo ongeveer de uitvinder van het strenge minimalisme, liet in haar heldere voorjaarscollectie het middenrif vaak bloot en decolletés doorlopen tot net boven de navel. Maar ook in haar collectie veel draagbare stukken: broeken tot op de enkel, subtiel klokkende rokken, en ook die jurken met brede mouwen en ceintuur. Uitgesproken vrolijk waren de dessins, gebaseerd op het werk van de Italiaanse kunstenaar Alighiero Boetti.

De meest poëtische collectie van de Milanese modeweek kwam van Tomas Maier, de Duitse ontwerper achter Bottega Veneta. In het katoen waarvan de kledingstukken waren gemaakt was wat koper verwerkt, zodat het een prettige stijfheid had, op de effen, sober gekleurde maar volumineuze jurken waren strikken, rozetten en schuine banen met kloeke ruches aangebracht, of asymmetrisch geplaatste versieringen met kralen. Die decoraties waren geïnspireerd door de mode uit de negentiende eeuw, maar geen moment had je het gevoel dat je naar een historische collectie zat te kijken

Het duo Dolce & Gabbana toonde zondagmiddag de zoveelste achtereenvolgende collectie met een Siciliaans thema. Net als in de mannencollectie voor voorjaar 2014 waren de jurken, rokken en tops voorzien van een dessin van ruïnes, afgewisseld met lieflijke, vaak driedimensionale dessins van amandelbloesem. Op de kleren en in de sieraden waren goudkleurige munten verwerkt, tijdens de finale van de show droegen alle modellen een outfit van goudkleurige kant.

Domenico Dolce en Stefano Gabbana mogen zomer dan veroordeeld zijn voor belastingfraude, en zijn daar zo verontwaardigd over dat ze onlangs uit protest drie dagen lang hun eigen winkels dicht gooiden. Maar hun kleding blijft onverminderd stralen.

Meer over de modeshows in Milaan op nrc.nl/mode