Interview Ik besef: wat ik zeg heeft grote gevolgen

Daar sta je dan. Franz Lenselink werkt bij de brandweer in Delfzijl. Hij adviseert en controleert bedrijven op het gebied van brandveiligheid. Maar afgelopen donderdag hield hij zich met een heel ander soort heikele materie bezig: de geschiedenis van die Groningse stad tijdens de Tweede Wereldoorlog. Lenselink was door de rechtbank in Hagen opgeroepen als getuige-deskundige in het proces tegen de van moord verdachte SS’er Siert Bruins (92).

In zijn vrije tijd onderzoekt Lenselink (49), die geschiedenis heeft gestudeerd, sinds de jaren tachtig het oorlogsverleden van Delfzijl. Hij publiceert er met enige regelmaat over. Donderdag gaf hij, in vloeiend Duits, een drie uur durend college.

De rechters, de officier van justitie en de advocaten schreven driftig mee en bevroegen hem over de kleinste details. Ze waren vooral benieuwd of de aard van de Duitse terreur in de omgeving van Delfzijl zo was dat de gevangengenomen verzetsman Aldert Dijkema kon verwachten dat hij zou worden neergeschoten. Zo niet, dan was hij ‘argeloos’, en dat is in Duitsland een voorwaarde om een dader na zoveel jaar voor moord te kunnen veroordelen.

Zenuwachtig was Lenselink niet, vertelt hij in een café naast het Landgericht in Hagen. „Ik ben historicus: ik presenteer de feiten zoals ik die in bronnen heb aangetroffen. Het is aan de rechtbank om uiteindelijk de conclusies te trekken.”

Toch is het niet niks: getuigen in wat waarschijnlijk het laatste proces tegen een Nederlandse oorlogsmisdadiger uit de Tweede Wereldoorlog is.

Lenselink: „Sommige mensen hebben me gevraagd of ik trots was dat ik dit mocht doen. Maar zo ervaar ik het niet. Het is eerder een gevoel van verbazing. Je verwacht natuurlijk niet dat je met je hobby, de lokale geschiedschrijving, ooit op zo’n podium terechtkomt. Ik besef dat wat ik zeg grote gevolgen kan hebben, maar ik vertel gewoon wat ik weet. Ik heb begrip voor de familie van het slachtoffer, die Bruins graag veroordeeld wil zien, maar mij maakt het niet uit wat de uitspraak wordt. Als niet bewezen kan worden dat Bruins de moord heeft gepleegd, so be it.”

Zijn er zaken rondom het proces waar u als historicus vraagtekens bij zet?

„De media noemen Bruins het ‘Beest van Appingedam’, maar het is zeer onwaarschijnlijk dat hij die bijnaam al tijdens de oorlog had. Ik denk dat die later is verzonnen.”

Hoe komt u aan uw informatie over de oorlogsgeschiedenis van Delfzijl?

„Naast de gebruikelijke archiefbronnen heb ik ook leden van het plaatselijke verzet en Duitse en Canadese militairen geïnterviewd. Daardoor heb ik een goed, afgewogen beeld van wat er in de stad en de omgeving is gebeurd. Delfzijl was voor de Duitsers een belangrijke plaats, vanwege de haven. Vanuit Delfzijl vertrokken veel schepen richting het neutrale Zweden. Dat maakte de haven een interessant gebied voor spionageactiviteiten. De Duitse politiediensten waren daar dus heel actief, ook het onderdeel waar Siert Bruins in 1943 bijkwam.”

Hoe stond de SD in Delfzijl bekend?

„Er werd daar wel gebruld en geslagen, maar het echte martelen gebeurde in Groningen. De opdrachten om verzetsmensen zonder vorm van proces neer te schieten, zoals gebeurde met Aldert Dijkema, kwamen ook uit Groningen.”

Hoe denkt u dat het proces afloopt?

„Geen idee. Ik ben heel benieuwd welke conclusie de rechtbank trekt, en hoe ze het gaan motiveren. Het zal niet meevallen tot een oordeel te komen met de informatie die ze hebben.”