Hekel aan bedrijfsbroek

Een schoonmaakster van de BIGA Groep heeft het niet zo op broeken. Ze vermaakt een van de broeken uit haar bedrijfskledingpakket vakkundig tot een rok op knielengte. De zakken en het bedrijfslogo blijven daarbij op dezelfde plaats.

In de rok maakt ze het gemeentehuis in Driebergen en het RIVM-gebouw in Bilthoven schoon, totdat ze na een half jaar door haar teamleider wordt aangesproken op haar kleding. Zolang ze weigert de BIGA-bedrijfskleding – een polo met broek – te dragen, is ze niet langer welkom en krijgt ze geen loon.

De vrouw spant een kort geding aan en vordert doorbetaling van loon en toelating tot haar werk. Haar rok sluit aan bij de uitstraling van de broek en is net zo representatief. Geen reden om haar op non-actief te stellen en haar salaris in te houden, vindt ze.

BIGA voert aan dat het niet is toegestaan om van de bedrijfskleding andere kledingstukken te maken. Een uniforme uitstraling en duidelijke regels zijn belangrijker dan persoonlijke voorkeuren.

De kantonrechter toont sympathie voor de rok. BIGA moet het loon doorbetalen, nu zij de vrouw zelf naar huis heeft gestuurd. Ook vindt de rechter de uitstraling van de rok niet onderdoen voor de broek en vindt ze het vreemd dat BIGA er pas na een half jaar aanstoot aan nam. De vrouw mag dus weer aan het werk; in haar tot rok vermaakte broek of in een nog aan te schaffen BIGA-broekrok.

Tips? Mail naar ecorecht@nrc.nl