En hoe zal het zijn in 2053?

Een land is nooit af Onder invloed van migratie, verstedelijking, vergrijzing en andere ‘natuurverschijnselen’ veranderen dorpen, buurten en onbebouwde gebieden van gedaante Dit is Nederland nu

In de binnenstad van Utrecht wonen vijf mensen op 70m2, op een natuurbegraafplaats in Drenthe houden ze rond elk graf 25m2 vrij. In Terneuzen zoeken ze rijkere ouderen om drie woontorens te vullen, in Enschede hebben ze een gebrek aan meisjes die met techniekstudenten willen verkeren.

Elke provincie, elke regio, elke gemeente dobbert weer op een andere manier op de golven van de bevolkingsontwikkeling. En in elke gemeente wordt nagedacht over manieren om met die ontwikkelingen om te gaan. Heeft het zin om tegen een dalende demografische trend in te bouwen? Kun je je woningvoorraad tegen een stijgende trend in betaalbaar houden voor minder welvarenden?

Twee satellietfoto’s vatten veertig jaar demografische en sociale veranderingen samen. In maart 1973 werd de eerste foto boven onbewolkt Nederland gemaakt. Leg er eentje van dit jaar naast en je ziet de groeispurt van satellietsteden als Almere, de explosie van het wegennet, de Deltawerken en Vinexwijken.

Bestuurders, ambtenaren, bewoners, projectontwikkelaars en andere ondernemers maken gebruik van de ontwikkelingen (de natuurbegraafplaats in Drenthe) of bieden die met beleid het hoofd. Zoals de provincie Zeeland ‘zorgtoerisme’ bevordert; „Als je hier vakantie houdt en je wilt toevallig je flaporen laten rechtzetten: waarom niet”, aldus een woordvoerder van de provincie.

Tot voor een jaar of zeven was het hele denken over ruimtelijke ordening in Nederland gericht op groei, zegt Dorien Manting van het Planbureau voor de Leefomgeving. En daar waren, vult haar collega Daniëlle Snellen aan, tamelijk grove instrumenten voor ontwikkeld.

Als er werd gebouwd, dan grootschalig, met meteen de hele infrastructuur erbij. Zo werd aan de grote woningvraag voldaan. Maar inmiddels staat ook meer dan zeven miljoen vierkante meter kantoorruimte in Nederland leeg – een Europees record.

Toen niet langer kon worden ontkend dat de bevolking op bepaalde plekken afnam, begonnen overheden die ontwikkeling te bestrijden. Ineens kon je op de radio horen dat er niets boven Groningen gaat, dat geen kant van het leven brighter is dan het zuiden van Limburg en dat Drenthe wat met je doet. Het heeft jaren geduurd voor gemeenten zich hebben neergelegd bij het onvermijdelijke en proberen hun voordeel te doen met de rust en de leegte die op hun grondgebied ontstaat.

Dat besef is nauwelijks verankerd of Manting en Snellen kondigen de volgende fase aan: onzekerheid. Het is niet langer voor elke regio te voorspellen of deze zal groeien of krimpen. Er zijn te veel onvoorspelbare factoren die elkaar beïnvloeden. Waar komen de migranten in de komende decennia vandaan en hoeveel zijn het er? Wat betekent het voor Groningen als de Drenthe-campagne aanslaat?

Als ze zelfs bij een planbureau niet meer kunnen zeggen hoe de satellietfoto van 2053 eruit zal zien, dan is de tijd van blauwdrukken voorgoed voorbij. „Planning moet flexibeler en kleinschaliger”, zegt Snellen. Planners moeten rekening houden met verschillende toekomsten en prioriteit geven aan voorzieningen die een gebied in alle gevallen nodig heeft.

En dan nog, zegt Manting, tevens hoogleraar demografie bij de Universiteit van Amsterdam. De trek naar de steden heeft de kaart van Nederland de laatste decennia bepaald, maar wie zegt dat dit nooit zal veranderen? Ook de demografie kent modes. „In Eindhoven willen afgestudeerde techneuten wonen in het groen, in Amsterdam zoeken hoogopgeleiden een huis in de reuring van de binnenstad.”