Eeuwig slaaptekort en bedreigingen: lid Pussy Riot stuurt brief uit ‘slavenkamp’

Nadezjda Tolokonnikova achter de tralies op een foto uit april Foto AFP/ Maksim Blinov

Nadezjda Tolokonnikova is gestopt met eten. Het is de enige weg uit de situatie waarin ze zich nu bevindt, zegt ze. Al een jaar verblijft het Pussy Riot-lid in een werkkamp in Mordovië, Rusland, waar ze naar eigen zeggen wordt behandeld als slaaf en met de dood wordt bedreigd. Ze schreef een lange brief, via haar advocaat, waarin ze de barre leefomstandigheden beschrijft.

In augustus 2012 werd Tolokonnikova, samen met een ander lid van de punkband Pussy Riot, veroordeeld tot twee jaar in een strafkamp. Ze werden schuldig bevonden aan “door religieuze haat gevoed hooliganisme”. De vrouwen gaven in februari vorig jaar een spontaan protestconcert in een kerk om te protesteren tegen de hechte band tussen de Russisch-Orthodoxe kerk en het autoritaire regime in hun land. Ze riepen de maagd Maria op Poetin te verdrijven, scholden op de FSB en op seksistische mannen.

Rusland kon er niet om lachen, de vrouwen kwetsten volgens justitie de gevoelens van gelovigen ernstig. Begin dit jaar hoorde Tolokonnikova, net als medebandlid Maria Alechina, dat ze niet vervroegd zouden worden vrijgelaten.

http://youtu.be/VtYw-d1CSxQ

Zeventien uur per dag, een keer per anderhalve maand vrij

Tolokonnikova is nu naaister in het IK-14-kamp in Mordovië, een autonome republiek in het westen van Rusland. Dat doet ze naar eigen zeggen met haar “brigade” zestien à zeventien uur per dag. Van halfacht ‘s ochtends, tot halfeen ‘s nachts. Ze heeft geluk als ze vier uur slaap krijgt. Elke anderhalve maand krijgt ze een dag vrij. De brigade werkt “bijna elke zondag”.

“Gevangenen dienen petities in om in het weekend te werken ‘uit eigen wil’. Maar eigenlijk is er natuurlijk van geen ‘wil’ te spreken. Deze petities worden op bevel van de leiding geschreven en onder druk van de gevangenen die ze tot uitvoering helpen brengen.”

“Je moet harder werken, koe!”

Ze beschrijft de meedogenloze houding van de kampleiding, toen een vrouw vroeg om iets meer slaap:

“Een keer vroeg een 50-jarige vrouw of ze in plaats van om halfeen om acht uur ‘s avonds terug mocht naar haar verblijf. Zo kon ze om tien uur naar bed en acht uur slaap pakken, in ieder geval een keer per week. Ze voelde zich niet lekker; ze had een hoge bloeddruk. Als antwoord daarop, gingen ‘ze’ in vergadering om de vrouw neer te halen, haar te beledigen en te vernederen. Ze noemden haar een parasiet. ‘Wat denk je? Dat je de enige bent hier die meer slaap wil? Je moet harder werken, koe.’ Wanneer iemand van de brigade niet verschijnt op werk op bevel van de dokter, worden ook zij gepest. ‘Ik werkte toen ik 40 graden koorts had en het ging prima. Wat denk je? Wie gaat jouw werk overnemen?”

En dan zijn er de quota. “Geheel willekeurig” wordt het minimumaantal uniformen dat genaaid moet worden door de brigade aangepast. Was het eerst nog 100, dan kan het even later 150 zijn. Tegen de regels in, schrijft Tolokonnikova, want een aanscherping van quota moet twee maanden van tevoren bekend worden.

“In PC-14 worden we gewoon op een dag wakker en komen we te weten dat er een nieuw quotum is, simpelweg omdat de leiding van onze ‘sweatshop’ - zo noemen de gevangenen de kolonie- dat idee in haar hoofd heeft gehaald.”


Grotere kaart weergeven

“Gevangenen staan altijd op het punt te breken”

Geweld is ook aan de orde van de dag: kom je niet mee, dan word je geslagen. Door de leiding én door medegevangenen. Soms zelfs tot de dood erop volgt:

“Een dreigende, nerveuze sfeer overheerst de werkplek. Met een eeuwig voortdurend slaaptekort, overweldigd om te voldoen aan de onmenselijk grote quota, staan gevangenen altijd op het punt te breken, om elkaar uit te schelden, te vechten over de kleinste dingen. Recent nog werd er een jonge vrouw in haar hoofd gestoken met een schaar, omdat ze een broek niet op tijd af had. Een andere probeerde haar eigen buik open te zagen. Ze stopten haar.”

Kritiek wordt niet getolereerd, de leiding doet er van alles aan om te vermijden dat die naar buiten komt:

“De leiding dwingt mensen stil te blijven. Ze deinst er niet voor terug om de allerlaagste en wreedste middelen daarbij te gebruiken. (…) Klachten verlaten simpelweg de gevangenis niet. De enige kans om een klacht in te dienen, is via een advocaat of familieleden. De leiding, kleinzielig en wraakzuchtig, zullen intussen al hun middelen om druk uit te oefenen op de gevangene gebruiken zodat ze inziet dat haar klachten niemand zullen helpen, maar dingen alleen erger zullen maken. Ze gebruiken collectieve straffen: jíj klaagt dat er geen heet water is? Zij zetten het helemaal uit.”

Het leven van Tolokonnikova is inmiddels alleen maar erger geworden, zo schrijft ze. Tevergeefs heeft ze tot nu toe geprobeerd het conflict op te lossen: weg met de slavenarbeid. Minder uren werk, de quota omlaag. Er werd niet geluisterd, de druk is alleen maar verhoogd, en ze wordt bedreigd. Vandaar is ze nu in hongerstaking gegaan. Omwille van haar eigen veiligheid zou ze inmiddels overgeplaatst zijn naar een isoleercel:

Twitter avatar obk Olaf Koens Nadezjda Tolokonnikovo overgeplaatst naar een isoleercel, volgens administratie strafkamp omwille van haar eigen veiligheid

Tolokonnikova tijdens een rechtszitting eerder dit jaar:

“Geen pretparken, ook geen Goelagkampen”

Onze correspondente Thalia Verkade schreef vorig jaar na de veroordeling van Pussy Riotleden over de strafkolonies in Rusland:

Russische strafkolonies zijn geen pretparken, maar ook geen Siberische Goelagkampen. Hoeveel kritiek er naar Europese maatstaven ook te geven is op de rechtszaak en de veroordeling van de leden van Pussy Riot en op het griezelige feit dat hun familie en zelfs hun advocaat nu moet gissen waar ze beland zijn: ze zijn niet ‘s nachts door de geheime politie uit hun bed gelicht, op transport gezet en tewerkgesteld in eeuwige sneeuw. In de werkkampen van Stalin werden honderdduizenden gevangenen gebruikt als economisch goed, als machine, totdat ze erbij neervielen. Opgebruikt. Die praktijk bestaat al een halve eeuw niet meer.

Foto van de mobiele kerk in een penitentiair kamp in Mordovië, meer foto’s van de echtgenoot van Tolokonnikova zijn hier te zien

Maar als zachtaardig staat het IK-14-kamp niet bekend:

Maar het regime in IK-14 is nog altijd niet zachtaardig: opstaan om zes uur, ochtendgymnastiek tot zeven uur (altijd buiten), ontbijt, om half acht naar de naaifabriek, om één uur naar de mensa, dan weer werkkleding naaien tot vier of vijf uur. Om zes uur ’s avonds inspectie, vervolgens avondeten en om tien uur naar bed. De soepen en pappen die de gevangenen eten, geven genoeg energie om in het naaiatelier te kunnen werken, niet veel meer dan dat, ook niet minder. Het grootste probleem is tuberculose.

Dit stuk komt uit eind 2012 op basis van een interview met Svetlana Bachmina, een oud-advocate die ook twee jaar in het kamp moest werken. Verkade:

“Op het verslag van Nadezjda Tolokonnikova afgaande is het leven in het kamp sindsdien nog flink zwaarder geworden.”

Bachmina, sprak ook tegenover de BBC al eens, in al dan niet in iets minder heftige bewoordingen, over haar belevingen:

“De leiding was zeer streng voor ons. Geruchten over afranselingen gingen rond, ook al heb ik ze zelf niet gezien. Meer nog waren er gevechten tussen de gevangenen zelf. (…) Er was geen sprake van marteling, maar iedereen die tegen de regels van de gevangenis in ging, werd gestraft en naar een ‘shiza’ (Russische afkorting voor schizofrenie) gestuurd, een isoleercel.”

De hele onthutsende brief, zoals geplaatst op de website Free Pussy Riot en vertaald door Bela Shayevich van n+1 magazine:

Brief Nadezhda Tolokonnikova