Een literaire sensatie die de lezer wilde beledigen, aangrijpen en prikkelen

Hugo Raes

De Vlaamse schrijver legde de lotgevallen van ‘het meest eenzame beest’ vast: de mens.

Foto ANP

Hij was de nieuwe Reve en Louis Paul Boon ineen. Bij de publicatie van De vadsige koningen (1961) werd de gisteren op 84-jarige leeftijd gestorven Hugo Raes onthaald als literaire sensatie. Het boek volgde de vertwijfelde gedachten van de hoofdpersoon gedurende een slapeloze nacht vol verveling en hopeloosheid: „De mens is het meest eenzame beest.”

De onrechtvaardigheid van de wereld bleef een grote rol spelen in het werk van Raes, op 26 mei 1929 geboren als zoon van een Antwerpse onderwijzer. Hij schreef een breed uitwaaierend oeuvre waarin hij ook science-fictionelementen verwerkte: in De lotgevallen (1968), Reizigers in de anti-tijd (1970) gaat een gezin in de ruimte op zoek naar een beter bestaan. Hij legde de lat hoog voor zichzelf. „De lezer moet erdoor beledigd, aangegrepen, dooreengeschud, geprikkeld worden, gestimuleerd, hoe dan ook. Een boek moet niet alleen een aangename uitwerking hebben”, zei hij in 1971.

Raes was op dat moment op de toppen van zijn roem: in 1969 ontving hij voor De lotgevallen de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en in 1975 volgde de Belgische Staatsprijs voor proza. Hij werkte als onderwijzer en later als ambtenaar. In de loop der jaren nam de kritiek op zijn werk toe, en ging hij geleidelijk minder publiceren.