Een getuige van 90 jaar, een verdachte van 92

Het proces tegen de Nederlandse SS’er Siert Bruins gaat zijn vierde week in Er rest nog één belangrijke getuige, een ex-politieman Hij dementeert, maar op heldere momenten herinnert hij zich alles

Verdachte Siert Bruins verlaat de rechtbank in Hagen op 2 september, toen het proces tegen hem begon. Foto ANP

verslaggever

Met piepende banden op weg voor een moordzaak van zeventig jaar oud. Dat overkomt Ruud Mosk en Willem Kolkman niet elke dag. De twee rechercheurs van het team Internationale misdrijven doen meestal onderzoek naar oorlogsmisdadigers uit landen als Afghanistan en Irak, maar de afgelopen tijd zijn ze druk bezig geweest met de moord op verzetsman Aldert Klaas Dijkema, in september 1944.

Op een ochtend, enkele maanden geleden, kwam er een telefoontje: een belangrijke getuige, die lijdt aan dementie, had een helder moment en kon zich de oorlog herinneren. Mosk en Kolkman sprongen in hun auto en reden een half uur later het parkeerterrein van het verpleeghuis op.

Het proces in de Duitse stad Hagen tegen de Nederlandse SS’er Siert Bruins (92), die ervan wordt verdacht Dijkema op 22 september 1944 te hebben vermoord, begint aan zijn vierde week. Vorige week waren de Nederlandse getuigen aan de beurt. Mosk en Kolkman werden gehoord en de verslagen van hun getuigenverhoren werden als bewijs ingebracht. Daarnaast sprak lokaal historicus Franz Lenselink uitvoerig over de geschiedenis van Delfzijl en omgeving tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Belangrijke getuige

Er leven nog maar weinig mensen die iets zouden kunnen vertellen over hoe Aldert Dijkema aan zijn einde is gekomen, maar de Nederlandse politie is erin geslaagd er een aantal op te sporen. Zo is daar Jacoba B. (89), die tijdens de oorlog secretaresse was op het hoofdkwartier van de Sicherheitsdienst (SD) in Groningen. Zij is een potentieel belangrijke getuige, omdat de opdracht tot de moord op Dijkema uit Groningen kwam.

Tot teleurstelling van officier van justitie Andreas Brendel kon zij zich maar weinig herinneren. „We hadden van haar verhoor meer gehoopt”, zei hij na afloop van de zitting. Over Bruins verklaarde B.: „Ik ken deze man niet, heb nooit met hem van doen gehad.” En over de dood van Dijkema: „Daar weet ik zelf niets van. Ik heb er alleen wat over gezien op tv.”

Ook Antje J. (89), een toenmalige vriendin van de vrouw van Bruins, zei van niks te weten. Ze wil met de oorlog niets meer te maken hebben.

Daarmee bleef nog één getuige over, een 90-jarige voormalige politieman uit de omgeving van Delfzijl. Hij is dement, maar heeft heldere momenten. Toen zo’n moment daar was, belde zijn zoon met rechercheurs Mosk en Kolkman.

De voorzitter van de rechtbank ondervroeg de Nederlanders nauwgezet over het verhoor dat zij afnamen. Ze wilde vooral weten of de rechercheurs de getuige niet hadden geleid met hun vraagstelling. Die ontkenden dat. De voormalige politieman begon zelf over de moord op Dijkema, toen ze hem vertelden dat ze langskwamen in verband met een zaak uit de oorlog.

De man, toen een jonge agent, werd in de ochtend van 22 september gebeld door Bruins met de mededeling dat er een verzetsman op de vlucht was neergeschoten bij het terrein van motorenfabriek Brons in Appingedam. Toen hij daar aankwam, lag er een lijk in de berm. Aan bloedsporen was te zien dat het lichaam was versleept.

Verloren dossier

De voormalige politieman was tegenover de twee rechercheurs uitermate verontwaardigd over de suggestie dat Dijkema op de vlucht zou zijn neergeschoten. Mosk: „Hij verklaarde dat Dijkema zijn linkerhand in zijn zak had. Wie vlucht er nu met zijn handen in zijn zakken, vroeg hij zich af. Hij sloeg daarbij een aantal keer geagiteerd met zijn hand op zijn dijbeen.”

De politieagent zette in september 1944 voor zichzelf op schrift wat er volgens hem echt gebeurd was, zodat dit na de oorlog duidelijk zou worden. Kolkman: „Hij refereerde een aantal keer aan dat dossier en dat het ergens in een la moest liggen. We hebben er natuurlijk naar gezocht, maar konden het niet vinden. Het zal bij een verhuizing verloren zijn gegaan.”

De bejaarde politieman zei ervan overtuigd te zijn dat Bruins degene was die geschoten had, omdat diens meerdere August Neuhäuser de wagen verzette toen hij op de plaats delict aankwam. Daaruit concludeerde hij dat Neuhäuser ook eerder op die dag gereden had en dat Bruins dus de schutter moest zijn geweest.

Kolkman, die expert is op het gebied van getuigeverhoren, hecht waarde aan de verklaring van de 90-jarige, ondanks diens geestelijke problemen, zei hij na de zitting. „We hebben hem enkel open vragen gesteld en hij kwam uit zichzelf met informatie die aanvulde wat we al wisten over de zaak. De manier waarop hij sprak, maakte op mij een betrouwbare indruk.”

De advocaat van Siert Bruins was minder overtuigd van de waarde van de verklaring van de oude politieman. En ook de voorzitter van de rechtbank leek haar twijfels te hebben. Ze vroeg of de getuige echt niet in staat was in de rechtbank te verschijnen. Toen duidelijk werd dat dit niet het geval was, besloot ze diens zoon te dagvaarden. Ook hij is politieman. Hij mag op 8 oktober komen uitleggen of hij zijn vader niet geholpen heeft met zijn verklaring.