Duitsland speelt liever op safe

Overal in Europa versnippert het politieke midden, maar niet in Duitsland. Toch begint Duitsland iets meer op de andere Europese landen te lijken, betoogt Ton Nijhuis.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Keine Experimente. De CDU/CSU van bondskanselier Angela Merkel heeft zondag met 42,5 procent van de stemmen een klinkende verkiezingszege behaald. Duitsland koos voor continuïteit en stabiliteit en daarmee blijft het land een uitzondering in Europa. In de meeste Europese landen worden regeringen weggestemd uit onvrede over gedwongen bezuinigingen en versoberingen en weten populistische partijen ter linker- en rechterzijde veel kiezers te lokken met onrealistische en onuitvoerbare programma’s. De Bondsrepubliek is in die zin een oase van rust.

Andere partijen hebben een pijnlijke nederlaag geleden. De liberale FDP komt voor het eerst in de naoorlogse geschiedenis niet in de Bondsdag en de Groenen zijn bijna gehalveerd. Wonden worden gelikt en partijleidingen zullen worden vervangen. Ook in de sociaal- democratische SPD is de stemming slecht. De partij zal zichzelf welhaast gedwongen zien om als juniorpartner van Angela Merkel aan een grote coalitie deel te nemen, ook al heeft partijleider Peer Steinbrück gezegd dat hij geen minister in zo’n kabinet wil worden. De Alternative für Deutschland heeft de 5- procentdrempel net niet gehaald, maar viert de uitslag toch als een overwinning.

De keuze van de Duitse kiezer voor de stabiele middenpartij CDU heeft natuurlijk vooral met de gezonde staat van het land te maken waardoor er minder sprake is van chagrijn. De werkloosheid neemt af en de lonen toe. De begroting is in evenwicht en de belastingen worden niet verhoogd. Pijnlijke maatregelen hoeven niet genomen te worden en cadeautjes liggen in het verschiet.

U kunt mij vertrouwen

De echte grote winnaar is natuurlijk Angela Merkel. En dat moet letterlijk genomen worden. De CDU heeft niet vanwege haar partijprogramma gewonnen. Merkel ging het inhoudelijke debat in de verkiezingsstrijd zoveel mogelijk uit de weg. Haar boodschap was: „u kent mij, u weet hoe ik met problemen omga en u weet dat u mij kunt vertrouwen”. Die boodschap is goed overgekomen. Zij is zo populair omdat zij in de ogen van de Duitse kiezer voor het landsbelang vecht en geen partijpolitiek bedrijft.

Angela Merkel is de verkiezingen van 2005 ingegaan met een marktliberaal programma, waarin minder overheid en meer eigen verantwoordelijkheid werd aangekondigd. Dit heeft haar toen bijna de verkiezingsoverwinning gekost. Sindsdien voert ze een meer sociaal- democratisch beleid, waarvoor ze door de economische groei bovendien ook voldoende budget heeft. De bevolking is zich er uiteraard zeer van bewust dat Duitsland zich in het oog van de storm in Europa bevindt en speelt daarom liever op safe. Dat is de reden waarom het oude partijensysteem nog altijd goed standhoudt.

Ter linkerzijde heeft zich in de loop van de tijd wel een zekere versnippering voorgedaan, eerst door de komst van de Groenen en later Die Linke. Aan de rechterzijde heeft zich echter nooit een populistische partij kunnen nestelen. Dit heeft uiteraard te maken met de geschiedenis. Een rechts-populistische partij is in Duitsland niet salonfähig en wordt onmiddellijk in de hoek geplaatst van rechts-extremisme en neonazisme. Een dergelijke partij trekt daardoor ook altijd de verkeerde mensen aan, wat leidt tot zelfvernietiging. De „professorenpartij” Alternative für Deutschland (AfD) heeft zich daarom zeer uitdrukkelijk als burgerlijke partij geprofileerd, maar had toch grote moeite om rechts-extremen buiten de deur te houden.

Dat de AfD bijna de kiesdrempel heeft gehaald laat wel zien dat er ook in Duitsland onvrede heerst over Europa en vooral over de wijze waarop telkens weer opnieuw reddingspakketten moeten worden gesmeed. Toch blijft de euroscepsis in Duitsland binnen de perken. Allereerst is en blijft er een grote consensus tussen de politieke elites over het belang van Europa. De Groenen en de SPD hebben de europolitiek van Merkel vanuit de oppositie altijd ondersteund. Voor Duitsland is de inbedding in Europa na de oorlog altijd een existentiële vraag geweest. De Europese integratie heeft ertoe bijgedragen dat Duitsland van een verwoest en gehaat land in relatief korte tijd tot een welvarend land en een gerespecteerde bondgenoot kon uitgroeien. De integratie zit in het DNA van de Duitse politiek. Duitsland mag nooit meer geïsoleerd raken in Europa.

Geen afkeer van Europa

Ook de bevolking is ondanks de financiële crisis nog steeds in grote meerderheid zeer Europees gezind. Natuurlijk wordt aan de Stammtisch over de Grieken en andere landen gemopperd, maar dit leidt niet tot een algehele afkeer van het Europese project.

Deels heeft dit ook te maken met het feit dat de crisis tot nog toe weinig impact heeft gehad op de Duitse samenleving en economie. De economie groeit en de inflatie is laag. De hulppakketten worden nog niet echt in de portemonnee gevoeld. Al met al zijn veel Duitsers van mening dat Angela Merkel het land behendig en met vaste hand door deze crisis leidt.

Maar net zoals Merkel na de bijna nederlaag van 2005 het sociaal-economische roer heeft omgegooid, tekent zich nu ook een koerswending in de Europese politiek af. Met enige regelmaat valt nu uit haar mond te horen dat meer Europa niet meer Brussel betekent. Ze voelt er niet voor om nog meer competenties aan de Europese commissie over te dragen. Wat haar betreft, moet in de toekomst het beleid van de verschillende landen vooral beter gecoördineerd worden. Ook geeft ze te kennen dat opnieuw bekeken kan worden welke taken door Brussel moeten worden uitgevoerd en welke door de nationale staten zelf.

Kortom, ook in de Europese politiek zal Duitsland de komende jaren een baken van continuïteit en stabiliteit zijn, maar de oude reflex om altijd voor minder nationale staat en meer Europa te zijn, behoort tot de verleden tijd. De liefde voor Europa is nog steeds groot, maar niet onbegrensd. Daarmee begint Duitsland meer op de andere landen in Europa te lijken. Wellicht dat Angela Merkel in haar nieuwe ambtstermijn de discussie over de verhouding tussen nationale staat en EU kan benutten als de basis voor een vernieuwde Europese architectuur.