Diederik Samsom en Emile Roemer

◯ Onwaar ◯ Half waar

De aanleiding

In de Tweede Kamer gaan morgen de Algemene Beschouwingen van start. De oppositie maakt zich op om de plannen die het kabinet tijdens Prinsjesdag presenteerde eens stevig onder vuur te nemen. Tijdens het Prinsjesdagdebat bij de NOS zagen we daar vorige week dinsdag al een voorproefje van. Beweringen die daar werden gedaan, zullen ook de komende dagen in de Kamer weer klinken. Daarom onderzoeken wij de opvallendste daarvan op hun waarheidsgehalte.

PvdA-leider Diederik Samsom werd door Emile Roemer van de SP flink aangevallen op het sociale gezicht van zijn partij in het kabinet met de VVD. We onderzoeken beweringen van Roemer en Samsom over armoede onder kinderen en de hoogte van de bijstand.

Roemer: „Er wordt niets gedaan aan armoede onder kinderen.”

„We hebben het nog niet eens gehad over de armoede onder kinderen”, zei Roemer tegen het einde van het debat. „Daar wordt totaal niets aan gedaan. Die kinderen hebben niet eens iedere dag warm eten in sommige gevallen.” Samsom reageerde als door een hond gebeten. „Als u zegt dat armoede onder kinderen, dat wij daar niets aan doen. U raakt me daarmee. Want armoede onder kinderen is het ergste wat een gezin kan overkomen. Als je je kinderen niet te eten kunt geven.” Samsom betoogde dat het kabinet juist wel maatregelen neemt. „Dat is dus ook de reden dat we ook nu weer in deze begroting, in deze moeilijke tijd, niet alleen 100 miljoen hebben vrijgemaakt, maar ook minima, daar zitten die mensen vaak, een extra 100 euro per gezin kunnen geven om in ieder geval die zware nood te lenigen.”

We onderzoeken dus waarvoor het kabinet precies 100 miljoen euro vrijmaakt en of er inderdaad 100 euro extra naar gezinnen met een minimuminkomen gaat. Zo hopen we te bepalen of er echt niets wordt gedaan aan armoede onder kinderen, zoals Roemer zei.

In de laatste begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid staat dat „het tegengaan van armoede onder gezinnen met kinderen” een „speerpunt” is bij de armoedepreventie. „Zodat ook deze kinderen een goede start kunnen maken.” Voor „intensivering van het armoede- en schuldenbeleid” wordt in 2014 80 miljoen euro en „voor 2015 en latere jaren” 100 miljoen euro extra ter beschikking gesteld. Ervan uitgaande dat ook kinderen profiteren van dit extra geld lijkt de bewering van Roemer dat er niets gebeurt onwaar. Armoedebestrijding onder kinderen zal doorgaans alleen kunnen door het inkomen van hun ouders te ondersteunen. Daarom scharen wij dit extra geld voor armoedepreventie onder het tegengaan van armoede onder kinderen.

Dan de 100 euro extra per gezin. In de Miljoenennota staat op pagina 78 dat in 2014 eenmalig 70 miljoen euro wordt uitgetrokken voor een uitkering aan mensen met een minimuminkomen. Dit vertaalt zich volgens een PvdA-woordvoerder in zo’n 100 euro per gezin. Uit CBS-cijfers blijkt dat in 2011 ruim 600.000 huishoudens in Nederland een inkomen onder de ‘lage-inkomensgrens’ hadden. Als we huishoudens hier gelijkstellen aan gezinnen dan blijkt die 100 euro grofweg te kloppen.

Emile Roemer kan vinden dat het kabinet te weinig doet, maar zijn bewering dat er helemaal niets wordt gedaan aan armoede onder kinderen beoordelen wij als onwaar.

Samsom:„Het sociaal minimum gaat de komende jaren niet naar beneden.”

„Het sociaal minimum gaat de komende jaren naar beneden”, zei Roemer even verderop in het debat. „Nee”, reageerde Samsom. „Dat gaat naar beneden”, herhaalde Roemer. Maar Samsom bleef bij zijn ontkenning. Vreemd, dacht de kijker. Wie heeft hier nu gelijk? We vragen het na bij het Ministerie van Sociale Zaken. Het antwoord gaat vooral in op de ‘dubbele algemene heffingskorting’ voor bijstandsgerechtigden. Het sociaal minimum stond in de discussie tussen Roemer en Samsom namelijk gelijk aan de bijstand. Om werken door partners te stimuleren wordt bij kostwinners de overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting, een belastingvoordeeltje, sinds 2009 geleidelijk afgeschaft. Hierdoor zou een koppel in de bijstand op den duur netto meer overhouden dan een kostwinner met een voltijdbaan tegen minimumloon. Om dit te voorkomen, en om een overgang naar werk door bijstandsgerechtigden te stimuleren, wordt ook de dubbele algemene heffingskorting voor de bijstand geleidelijk afgebouwd. Dit scheelt een paar in de bijstand de komende jaren 50 euro per jaar, een alleenstaande ouder 45 euro en een alleenstaande in de bijstand jaarlijks 32,50 euro. In 2033 is dan nog maar eenmaal een algemene heffingskorting in de bijstand verwerkt. Het ministerie stelt dat door de koppeling van de bijstand aan de lonen het nettobedrag van de uitkering de komende jaren „over het algemeen” stijgt. In absolute zin heeft Samsom dus gelijk met zijn ontkenning dat het sociaal minimum de komende jaren omlaag gaat.

Toch zal het koopkrachtverschil door deze maatregel tussen een bijstandontvanger en veel werkenden (behalve de kostwinners) toenemen in het nadeel van de bijstandsgerechtigden. Zij volgen de loonstijgingen, maar raken tegelijkertijd een klein percentage van hun uitkering kwijt door het schrappen van de dubbele heffingskorting. Dit was bewust beleid van het kabinet Rutte I om werken aantrekkelijker te maken. Het huidige kabinet compenseert dit weer deels door andere koopkrachtmaatregelen. Maar als we puur naar de bijstand kijken heeft Samsom alleen in absolute zin gelijk, in relatieve zin niet. We beoordelen zijn bewering dat het sociaal minimum de komende jaren niet omlaag gaat daarom als half waar.