Afrika zet soldaten ook uit eigenbelang in

Afrikaanse landen worden steeds actiever in vredeshandhaving op het eigen continent. Niet alleen uit idealisme. Ook economische en politieke belangen spelen een rol.

Afrikaanse staten bestrijden steeds vaker hun eigen oorlogen en staatsgrepen. Ze doen dat echter niet altijd met zuivere intenties en de kosten vallen uiterst hoog uit. Sinds de interventie van de Afrikaanse Unie in Somalië zijn mogelijk duizenden vredessoldaten omgekomen.

Toen na een mislukte militaire interventie in Somalië van de Verenigde Naties en de Verenigde Staten in 1992 de wereld iedere hoop had opgegeven voor dit land, kwam de Afrikaanse Unie in 2007 actie. Soldaten uit Oeganda, Ethiopië, Kenia, Burundi en Djibouti hebben sindsdien de terreurgroep Al Shabaab uit de hoofdstad Mogadishu en andere steden verdreven. Als conventionele strijdmacht heeft Al Shabaab aan kracht ingeboet. Volgens schattingen van Jan Eliasson, onder secretaris-generaal van de VN, eerder dit jaar zijn sinds 2007 in Somalië „rond de 3.000 vredessoldaten” omgekomen. Dit aantal is nooit door Oeganda bevestigd. .

Sinds 2003 intervenieerden Afrikaanse soldaten onder gezag van de Afrikaanse Unie behalve in Somalië in ondermeer Soedan, Mali en de Centraal Afrikaanse Republiek. De verdeelsleutel bij deze interventies is dat de VN of Europa de kosten dragen en voor de logistiek zorgen, en dat Afrika de soldaten levert. Dit concept werk goed in de zin dat er steeds minder gewapende conflicten op het continent woeden. Maar er bestaan twijfels of de Afrikaanse soldaten wel onpartijdig zijn en of ze niet ook hun eigen belangen najagen.

Neem Somalië, waar de oorzaak van de gijzelingsactie in Nairobi ligt. Het militaire initiatief werd genomen door Oeganda, dat onder internationale druk stond wegens zijn plunderingen in Oost-Congo en inperking van democratische rechten in eigen land. Sinds Oegandese soldaten het opnemen tegen Al Shabaab is de buitenlandse kritiek op president Museveni geluwd.

De rol in de strijd tegen internationaal terrorisme heeft ook Ethiopië gevrijwaard van harde Westerse kritiek op de binnenlandse repressie. Hetzelfde geldt voor Kenia. Eerder dit jaar waren er omstreden verkiezingen. President Uhuru Kenyatta en vicepresident William Ruto moeten bij het Internationaal Strafhof terecht staan wegens misdaden tegen de menselijkheid tijdens verkiezingsgeweld eind 2007. Kenia wordt niet de duimschroeven aangedraaid wegens zijn aanwezigheid in Somalië.

Kenia, met twee miljoen etnische Somaliërs en nog eens een miljoen Somalische vluchtelingen binnen zijn grenzen, heeft belangen in Zuid-Somalië dat tot twee jaar geleden onder controle van Al Shabaab stond. De havenstad Kismayo is een smokkelnest voor producten die naar Kenia gaan. Volgens rapporten van de VN zijn Keniaanse zakenlui, politici en militairen betrokken bij de illegale import en export via Kismayo. Kenia installeerde tegen de wens van de fragiele Somalische regering en de Afrikaanse Unie een eigen regionale regering in het zuiden. De machthebbers in dit gebied behoren tot dezelfde clans als de etnische Somaliërs in Kenia. Kenia hoopt er een bufferzone te vestigen waarnaar het vluchtelingen kan terugsturen.

Ook Ethiopië heeft zijn eigen belangen. De regio Ogaden in Oost-Ethiopië wordt goeddeels bewoond door etnische Somaliërs van wie velen zich willen afscheiden. Bij zijn interventies in Somalië in de afgelopen twintig jaar zag het Ethiopische leger er nauwgezet op toe dat clans werden bestreden die zijn gelieerd aan de Ogadenclan. Voor Ethiopië is de oorlog in Somalië dus een verlengstuk van zijn eigen strijd tegen opstandelingen in de Ogaden.

Dergelijke bijbedoelingen hadden vermoedelijk ook Zuid-Afrika toen het lijfwachten leverde aan de begin dit jaar afgezette president van de Centraal Afrikaanse republiek, François Bozizé, naar verluid in ruil voor mijncontracten.

Staten die soldaten naar Congo stuurden in naam van de vrede stalen grondstoffen of kregen lucratieve contracten voor de mijnbouw.