Afghaanse dodenlijst roept heftige reacties op

Vorige week publiceerde justitie een dodenlijst met daarop duizenden vermoorde Afghanen. In Afghanistan komt voor hen nu een herdenking.

Al tien jaar is rechercheur Bertjan Tjeerde de Afghanistan-expert van de Nederlandse politie. Voor onderzoeken van het team internationale misdrijven (TIM) van de nationale politie reist hij gemiddeld een keer per jaar naar het Aziatische land. De afgelopen dagen waren voor hem zeer hectisch. De openbaarmaking door het Openbaar Ministerie vorige week van een dodenlijst met de namen van ongeveer 5.000 Afghanen die eind jaren zeventig door het toenmalige communistische regime werden vermoord, trekt wereldwijd de aandacht.

Op het politiekantoor in Woerden hangen de recente krantenartikelen over de dodenlijst inmiddels ingelijst op de gang. Niet alleen een Afghaanse krant als de Hasht-e Sobh maar ook dagbladen in andere landen pakten uit met de informatie die de Nederlandse politie in een strafrechtelijk onderzoek naar een Afghaanse asielzoeker wist op te duiken. Familieleden van de in 1979 verdwenen Afghaanse generaal Shah Wali vertellen in de Los Angeles Times blij te zijn dat er dankzij de dodenlijst eindelijk meer duidelijkheid is over zijn lot. En in The Guardian schrijft Nushin Arbabzadah dat ze nu definitief weet dat haar oom niet al 35 jaar in een mysterieus strafkamp zit in Siberië. Hij staat op nummer 1.416 van de dodenlijst.

„Bij ons, maar ook bij non-gouvernementele organisaties, zijn de afgelopen dagen vele tientallen mails binnengekomen. Steeds weer lees je dat mensen vooral opgelucht zijn dat ze nu meer weten over wat verwanten is overkomen. Want hoe naïef het ook mag klinken, veel nabestaanden van slachtoffers blijven toch maar hopen dat hun vermiste familieleden nog in leven zijn”, zegt Tjeerde.

De Nederlandse ambassadeur in Afghanistan, Han Peters, zegt dat er onder Afghanen veel reacties zijn losgekomen op de dodenlijsten. Een dag na de publicatie was hij in de Afghaanse hoofdstad Kabul op een receptie van Buitenlandse Zaken. Een oud-minister, een kleinzoon van de koning en een voorvechter van vrouwenrechten, allemaal hadden ze dankzij de lijst definitief opheldering gekregen over het lot van verwanten of vrienden. „De gastheer vroeg op de receptie om een minuut stilte ter nagedachtenis”, zegt Peters.

Het afgelopen weekeinde heeft het Afghaanse kabinet in een speciaal beraad de via de website www.warcrimes.nl bekendgemaakte informatie besproken. De regering nam het besluit dat vanaf volgende week maandag tot woensdag 2 oktober de vlag in het hele land halfstok wordt gehangen, ter herinnering en uit medeleven. Ook zullen er op die twee dagen overal in het land rouwbijeenkomsten zijn. De regering liet tevens weten dat er in de beruchte Pul-i-Charki-gevangenis bij Kabul, waar veel slachtoffers werden gemarteld, een moskee zal worden gebouwd en een herdenkingsmonument wordt opgericht.

Ook op de sociale media wordt volgens ambassadeur Peters door Afghanen nu druk gediscussieerd over hoe om te gaan met misdaden uit het verleden. Er is een Facebookpagina van nabestaanden (facebook.com/5000victims). „Natuurlijk is er veel bewijsmateriaal vernietigd, maar er moet veel meer informatie te vinden zijn dan het Openbaar Ministerie nu bekend heeft gemaakt’’, zegt Peters. „Het zou mooi zijn als er nu een discussie ontstaat over hoe Afghanistan met het verleden zou moeten omgaan.”

De publicatie heeft het OM ook nieuwe informatie opgeleverd voor lopende strafrechtelijke onderzoeken naar Afghaanse verdachten in Nederland, zegt officier van justitie Thijs Berger van de afdeling internationale misdrijven van het OM. Een onderzoek onder de vele honderden Afghanen die naar Nederland zijn gevlucht bevindt zich in een afrondende fase.