Achterhoedegevecht

Afgelopen week stond in het teken van Grand Theft Auto 5. Terecht. Het is een spel dat op de spelcomputer zijn gelijke niet kent. Zo groots opgezet, zo impactvol dat kwaliteitskranten zich eindelijk wagen aan inhoudelijke discussies over games. De grenzen van interactiviteit, de positie van vrouwen in games, enzovoort.

Zo zijn er interviews in The Guardian, een ijzersterk essay in The New Yorker, een doorwrochte recensie in The New York Times. Alle auteurs bieden naast lof ook nieuwe inzichten en de broodnodige kritische reflectie. En ook bij de NOS en bij RTL staat de inhoud centraal.

Dat kan omdat GTA5 speelt (en laat spelen) met uitersten. Het spel is complex, fantastisch en verschrikkelijk tegelijk. GTA spot met zichzelf, met gamers, met de tegenstellingen van de Amerikaanse Droom, met media als Fox News die drijven op de kurk van angst en afgunst.

Een medium ook zoals De Telegraaf. „Gamen net zo schadelijk als alcohol en drugs”, kopte de krant vrijdag. De eenzijdige en door angst gevoede berichtgeving in De Telegraaf steekt opeens wel heel schril af bij de rest.

Even dacht ik dat de pagina, gewijd aan de vermeende gevaren van games, niet was gevoed door onwetendheid en onderbuikgevoelens. Even dacht ik: dit is satire, een metagrap, een intelligente knipoog naar de satire in GTA5. Natuurlijk niet. De Telegraaf voert als een om aandacht vragende kleuter een eenzaam achterhoedegevecht.