Achtergrond Hoe verandert digitale informatie ons denken?

De uitvinding en verspreiding van het schrift heeft in de afgelopen duizenden jaren de menselijke geest ingrijpend veranderd. Wij kunnen nu lange lijsten maken, lange redeneringen begrijpen en ingewikkelde concepten ontwikkelen. Dat zijn allemaal zaken die zonder schrift bijna onmogelijk zijn. Zo zal ook de grote golf van digitale informatie (en amusement) het menselijk denken veranderen, al weet niemand hoe ingrijpend. De grote angst van pessimisten is dat ‘complex denken’ onder druk komt. Het somberste boek heet niet voor niets The Shallows, de ondiepten, van Nicholas Carr (2010).

Een paar problemen vallen nu al op. Ten eerste voor kinderen. De Duitse psychiater Manfred Spitzer, van het recent vertaalde boek Digitale Dementie, wordt vaak bespot om zijn afkeer van computers. Maar wie goed oplet, ziet dat Spitzers centrale ontwikkelingspsychologische punt zelden of nooit wordt weersproken. Dat punt is: opgroeiende kinderen leren door ervaringen op te doen met al hun zintuigen tegelijk. Oók tastzin, ook beweging in de ruimte. Schermen bieden dat niet en daardoor werken ze uiteindelijk negatief op school. Iedere onderwijzer weet dat wat je opschrijft met pen en papier langer blijft hangen dan iets wat je knipt en plakt op een scherm. Schrijven is beter dan klikken, buitenspelen belangrijker dan Facebook. Volwassenen met een ouderwetse pen-en-papieropleiding hebben vaak een grotere, actieve kennis. Paradoxaal genoeg kunnen ze daardoor vaak handiger zoeken op internet dan de wikipediageneratie. Wie goed wil zoeken heeft parate kennis nodig.

Maar volwassenen hebben weer eigen problemen. In de Common Wealth Saga van SF-schrijver Peter Hamilton is het menselijke brein direct verbonden met het interplanetaire internet: de Unisphere. Reuze handig, ook al omdat in het brein allerlei hulpchips zijn geplaatst, digitale assistenten die alles precies op tijd opzoeken en de benodigde mentale beelden rechtstreeks in de gedachten projecteren. Wij arme 21ste-eeuwers missen zo’n gedisciplineerde computerinterface. Wij moeten voortdurend zelf beslissen welke informatie we wel of niet willen. En dat kan enorm ongeconcentreerd maken. Keer op keer blijkt uit onderzoek dat multitasken niet bestaat. Het is weinig meer dan het vermogen niet helemáál gek te worden van de eindeloze verstoring door whatsappjes, e-mails en facebooknotificaties. In timemanagementboeken wordt als vuistregel aangenomen dat het na een verstoring ongeveer 15 minuten kost om weer geconcentreerd te kunnen werken. Het eerste advies is de mail uit te zetten. Studenten die veel Facebooken zijn minder geconcentreerd dan anderen en halen ook lagere cijfers, zo bleek vorig jaar.

En wie een heel boek leest, gaat anders – dieper – om met informatie dan wie doorklikt op internet.

Maar je kunt ook allebei doen.