Twee Israëlische soldaten gedood op bezette Westelijke Jordaanoever

De dood van twee militairen uit Israël zet het toch al stroeve vredesproces met de Palestijnen verder onder druk.

Twee Israëlische militairen zijn afgelopen weekeinde gedood op de bezette Westelijke Jordaanoever, vermoedelijk door Palestijnen. De doden, die niet direct met elkaar in verband lijken te staan, zetten de toch al moeizame vredesbesprekingen tussen Israel en de Palestijnen onder druk. Dodelijke Palestijnse aanslagen op Israëlische militairen komen de laatste jaren zelden voor.

Een militair werd gisteravond doodgeschoten in Hebron. Israël was vanochtend nog op zoek naar de dader, vermoedelijk een Palestijnse scherpschutter. In Hebron wonen honderden joodse kolonisten, beschermd door duizenden Israëlische militairen, tussen zo’n 100.000 Palestijnen. Regelmatig zijn er aanvaringen.

Zaterdag is de andere Israëlische militair dood gevonden in een metersdiepe put. De militair was vrijdag vermoedelijk vrijwillig en ongewapend met een Palestijnse collega van een shoarmazaak meegereisd naar de Westelijke Jordaanoever, waar hij werd omgebracht. De collega is verdachte. Hij zou het lichaam van de militair hebben willen teruggeven in ruil voor vrijlating van zijn broer.

De Palestijnse Autoriteit heeft nog niet op de gebeurtenissen van het afgelopen weekeinde gereageerd. Maar die kunnen het vredesproces, dat in juli werden hervat en tot op heden, stroef verloopt, verder frustreren. De Palestijnen en de internationale gemeenschap beschouwen de joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever als een groot obstakel voor de vrede. De Israëlische minister van Economie en Handel, Naftali Bennett, schreef zaterdag: „We kunnen geen vrede sluiten met terroristen die lichamen van soldaten in putten gooien”.

De Palestijnse beweging Hamas waarschuwde dat binnenkort een nieuwe Palestijnse intifada, opstand zal uitbreken. Dit jaar doodden Israëlische troepen vijftien Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever.