Tegenvallende SPD toch in cruciale positie

De kanselierskandidaat van de sociaal-democratische SPD moest de afgelopen maanden het onmogelijke volbrengen: winnen van de onverslaanbaar geachte bondskanselier Angela Merkel. Weinigen in de partij hadden trek in die rol. De twee belangrijkste kandidaten, partijvoorzitter Sigmar Gabriel en de populaire premier van de deelstaat Noordrijn-Westfalen Hannelore Kraft, wilden geen persoonlijke nederlaag die ten koste zou gaan van hun kansen over vier jaar.

Dus werd het Peer Steinbrück, die in de laatste grote coalitie met de CDU minister van Financiën was. Steinbrück, allesbehalve een teamspeler, wilde „beenruimte” voor zichzelf. Maar hij was een man van de rechtervleugel die zat opgescheept met een partij die juist naar links was opgeschoven. Het kwam de geloofwaardigheid van de SPD niet ten goede. En het leidde tot blunders en tot steeds slechtere peilingen.

Pas in de laatste weken slaagde de SPD erin iets terug te winnen. Ook al werd „niet de uitslag gehaald die we wilden”, zoals Steinbrück met zijn voorkeur voor ‘duidelijke taal’ toegaf.

Het maakt het er voor de SPD niet gemakkelijker op. Steinbrück heeft niet verloren en ziet voor zichzelf nog een belangrijke rol weggelegd binnen de partij. Sigmar Gabriel wil zichzelf nu graag als partijleider naar voren schuiven. Maar intussen mobiliseert Hannelore Kraft haar medestanders om te voorkomen dat Gabriel de nieuwe sterke man bij de SPD wordt.

Misschien is het nog te vroeg voor haarzelf om Noordrijn-Westfalen te verruilen voor Berlijn. In de tussentijd zou haar medestander Olaf Scholz, de burgemeester van Hamburg, het machtsvacuüm kunnen opvullen.

De SPD, die bovendien nu even naar binnengekeerd is, moet met Merkel om de tafel, maar heeft slechte herinneringen aan de vorige coalitie. Dat is geen goed uitgangspunt voor de formatie van een stevige coalitie.

Paul Luttikhuis