Talibaan-strijder die ook in gesprek wil

Het Talibaan-kopstuk dat dit weekend vrij kwam, moet de vredesbesprekingen met de Afghaanse regering vlot trekken.

Foto Reuters

Tot 2010 was hij verantwoordelijk voor de dodelijkste Talibaan-aanvallen in Afghanistan, maar nu wordt mullah Abdul Ghani Baradar door velen beschouwd als de beste hoop op vrede. Sinds 2010 zat hij gevangen in Pakistan. Zaterdag werd hij vrijgelaten en herenigd met zijn familie in een safe house in Karachi.

Baradar, die tot zijn arrestatie de belangrijkste Talibaan-leider was na mullah Mohammed Omar, werd ten tijde van zijn arrestatie beschouwd als een zwaargewicht dat bereid was tot onderhandelingen met Kabul. Destijds geloofden velen dat hij de Talibaan tot vrede zou kunnen bewegen. In 2010 ging het gerucht dat Baradar in gesprek was met de Afghaanse regering. Hij zou door Pakistan zijn gearresteerd om te voorkomen dat er een vredesregeling zou komen buiten Pakistan om. Officieel speelde Baradar geen rol bij de mislukte poging, in juni, om in Doha vredesbesprekingen te voeren. Afghaanse functionarissen zeggen echter eind vorig jaar contact met hem te hebben gehad in zijn Pakistaanse gevangenis.

Mullah Baradar, geboren rond 1968, groeide op in de Afghaanse provincie Uruzgan. Zijn vriendschap met de latere Talibaan-leider Mohammed Omar stamt uit de tijd dat hij onder diens commando vocht tegen de Sovjets. Van hem kreeg hij zijn nom de guerre ‘baradar’: ‘broeder’. In 1994 hielp hij Omar met het oprichten van de strijdgroep waaruit de Talibaan ontstond. Sinds de Talibaan door de Amerikanen eind 2001 uit Afghanistan werden verdreven, voerde Baradar de operationele leiding.

Volgens ooggetuigen aangehaald in weekblad Newsweek gaf Baradar het bevel ‘niet het directe gevecht aan te gaan’, maar ‘bloemen te planten’: het leggen van geïmproviseerde bommen langs de vele zandwegen in Afghanistan. „Amerika heeft grotere militaire kracht”, zei hij, „maar wij hebben een dieper geloof en grotere toewijding”.

Baradar is een stamgenoot van de Afghaanse president Hamid Karzai. Volgens journaliste Bette Dam, die Baradars gangen naging in diens geboorteprovincie Uruzgan en ook sprak met Karzai, zocht Baradar Karzai tenminste één keer op in Kabul zonder dat de NAVO-troepen iets in de gaten hadden. Baradar reisde door Afghanistan in een oude auto en hield geregeld bijeenkomsten met stamoudsten en lokale commandanten.

Baradars vrijlating zou te maken hebben met nieuwe pogingen vredesbesprekingen op gang te brengen. Amerikaanse druk zou daarbij een rol gespeeld kunnen hebben. Volgens een Pakistaanse regeringsbron, geciteerd door persbureau Reuters, moet de vrijlating duidelijk maken „dat Pakistan alles doet wat het kan” ter bevordering van het Afghaanse vredesproces. Pakistan, dat in hoge economische nood verkeert, kan zich nu geen problemen met de Amerikanen veroorloven, van wie het sinds eind 2001 miljarden dollars militaire en civiele hulp ontving.

Het is de vraag of Baradars vrijlating iets kan betekenen voor eventuele vredesbesprekingen. Het is onduidelijk hoeveel invloed hij nog heeft binnen de Talibaan, waar de jongere generatie sinds 2010 aan macht heeft gewonnen. Zij is radicaler en minder geneigd tot onderhandelen dan de generatie van Baradar. Evenmin is duidelijk hoe vrij mullah Baradar nu is. Pakistan levert hem niet uit aan Afghanistan. Contact moet verlopen via zijn geheime verblijfplaats in Karachi. Het lijkt er op dat Pakistan zo probeert controle te behouden over eventuele nieuwe vredesbesprekingen.