Sommige disciplines zijn gevoelig voor gesjoemel

Wangedrag komt voor in alle mogelijke wetenschapsgebieden, van de rechtswetenschappen tot de natuurkunde. Daniele Fanelli van de Universiteit van Edinburgh analyseerde in 2009 21 internationale onderzoeken waarbij aan wetenschappers was gevraagd of zij zelf betrokken waren geweest bij wetenschappelijk wangedrag of een collega kenden die zich daaraan had bezondigd. Wangedrag werd vaker gerapporteerd door (bio)medici en farmacologische onderzoekers dan door wetenschappers uit andere vakgebieden.

Ook een studie uit 2012 van de aan Nederlandse universiteiten verbonden psychologen Tom Postmes, Russell Spears en Wolfgang Stroebe over de meest geruchtmakende fraudezaken uit de internationale wetenschapsgeschiedenis wijst op grotere gevoeligheid van de biomedische wetenschappen voor fraude.

Of fraude ook relatief vaker voorkomt in de psychologie was het afgelopen jaar punt van discussie, onder meer omdat psychologen opvallend vaak onderzoek publiceren waarin hun eigen hypotheses bevestigd worden. Hiervoor zijn echter ook andere verklaringen mogelijk dan fraude; wetenschappelijke tijdschriften hebben bijvoorbeeld een voorkeur voor artikelen waarin dat gebeurt.

Uit het rapport Zorgvuldig en integer omgaan met wetenschappelijke onderzoeksgegevens van de commissie- Schuyt in opdracht van de KNAW (2012) bleek dat er vooral zorgen over omgang met data bestonden bij (bio)medische en psychologische onderzoeksdisciplines binnen en bij een vakgebied met een individualistische onderzoekscultuur als de antropologie. Op dat laatste wijst nu ook de commissie-Baud.

Na de Stapel-affaire hebben de Nederlandse universiteiten besloten meer openheid van zaken te geven over integriteitsschendingen. Alle adviezen van integriteitscommissies worden nu in geanonimiseerde vorm gepubliceerd op de website van de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU) en in de jaarverslagen van de universiteiten. Ook zijn daar de adviezen te vinden die integriteitscommissies vanaf 2005 hebben opgesteld, zonder vermelding van de betrokken universiteit. Bij alle geruchtmakende zaken van de afgelopen twee jaar (Stapel, Poldermans, Smeesters, Schuerwegh, Bax) hebben de betrokken universiteiten de rapporten van de onderzoekscommissies – deels geanonimiseerd – openbaar gemaakt. NRC