‘Post Mortem’ duizelt eerst en maakt dan murw

Woedend anti-oorlogspamflet, satire, revue – Post Mortem (1930) van Noël Coward is het allemaal. Voor Toneelgroep Oostpool bewerkte Joeri Vos het stuk, dat met zestien acteurs wordt opgevoerd in de Oude Steenfabriek in Arnhem. Post Mortem gaat over de Britse soldaat John Cavan, die sterft in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog. Dertien jaar later keert hij terug als geest, om te constateren dat zijn moeder een gebroken vrouw is, en zijn vader zijn ‘heldendood’ misbruikt voor nieuwe oorlogsretoriek in de krant waar hij de baas is.

En dat terwijl we Cavan (Roy Baltus) vlak voor zijn dood nog hoopvol hebben horen uiten dat het lijden van de soldaten uiteindelijk ergens goed voor zal zijn. Die openingsscène is ontroerend: gewone jongens onder elkaar, te midden van de dood. Hier wordt een mooi contrast neergezet tussen de naïeve Cavan en zijn maat Perry Lomas (prachtige rol van toneelschoolstudente Linda Zijl), een getroebleerd dichter die het allemaal net wat scherper ziet. Maar daarna bezwijkt de productie onder zijn eigen ambitie. Vos lijkt het caleidoscopische karakter van het stuk in zijn regie nog eens te willen onderstrepen, met afwisselend zang, dans, grootscheepse vechtscènes, een televisiespelshow en een heavy metalband. Bordkartonnen decortjes worden aangevoerd per rails. In hoog tempo trekt een reeks bonte personages voorbij.

Het is te veel, en dan gaan stijlelementen botsen: Post Mortem is een achtbaan van anachronismen. Dat duizelt eerst en maakt dan murw. En het kan niet verhullen dat het inhoudelijk geen sterk stuk is: alle anti-oorlogswoede is nogal eendimensionaal. Maar de omvang van de onderneming imponeert, en de energie van de jonge spelers is aanstekelijk.