Pas 21 en nu al vechtend tegen de hoge verwachtingen

Met Stefan de Vrij (21), aanvoerder van Feyenoord en international, is het snel gegaan De laatste tijd is de kritiek op de verdediger gegroeid Hij werd er chagrijnig van, maar speelde degelijk tegen FC Utrecht

Sportredacteur

De zon priemt door de wolken, het ‘hand in hand’ klinkt uit 46.000 kelen als Stefan de Vrij als eerste speler van zijn ploeg de grasmat van De Kuip opstapt. Pas 21 jaar, maar al lang niet meer weg te denken als aanvoerder van Feyenoord 1. Achtvoudig international en vandaag tegen FC Utrecht zijn 105de officiële duel voor de club waar hij sinds zijn tiende speelt. Hoeveel jochies dromen er niet van? Steeds beter, steeds hoger, louter lof. Tot nu.

„Internationals Stefan de Vrij en Bruno Martins Indi onder vuur”, luidde vorige week de kop in het Voetbal International. Het centrale verdedigingsduo van Oranje en Feyenoord kan in de ogen van deskundigen weinig goed meer doen. „De Vrij valt voor het leuke te vaak om”, stelt Wim Rijsbergen, Feyenoords topverdediger uit de jaren zeventig. „Het niveau dat De Vrij en Martins Indi halen is gewoon schandalig laag”, zegt clubicoon Wim van Hanegem. De twee maken te veel onnodige fouten en zijn vooral niet meedogenloos genoeg, luidt de harde kritiek. „Het is de Nederlandse ziekte”, aldus oud-coach Aad de Mos.

Ontspannen houdt De Vrij bij de warming-up een balletje hoog, voordat hij met Graziano Pellè, Lex Immers en Joris Mathijsen de bal gaat passen. ‘Droge’ speler, geen overbodige trucjes of effectballen, alles zo simpel mogelijk. Last van kritiek? „Het is allemaal minder leuk als het niet goed gaat”, zei De Vrij in de aanloop naar het duel met Utrecht tegen RTV Rijnmond. „Ik word er chagrijnig van. Ik ben veel op mezelf, aan het tobben en nadenken. Maar daarna laat ik het achter me en kijk vooruit.”

De eerste haarscheurtjes in zijn imago van onkreukbare verdediger ontstonden afgelopen zomer bij het EK met Jong Oranje. In een wankelmoedig Feyenoord staat de jonge aanvoerder dit seizoen vanaf het begin onder druk. Te slap verdedigen in het openingsduel met PEC Zwolle, sprak trainer Ronald Koeman streng. Dan twee keer geel en dus rood tegen FC Twente. Een goede interland tegen Portugal, maar door de benen gespeeld en door bondscoach Louis van Gaal gewisseld tegen Estland. Een bijna fataal tierelantijntje vorige week bij NEC. En nu dus de genadeloze kritiek in VI.

Samen naar de kopgalg

Een dag na het verschijnen van het blad, op een gure donderdagochtend, blijven twee spelers op het veld als de Feyenoordselectie na de training per busje terugkeert van Varkenoord naar De Kuip. Martins Indi gooit de bal op, De Vrij springt en kopt. En even later omgekeerd. Samen naar de kopgalg. Nog eens minutenlang oefenen op sprongkracht en timing. Lachen als De Vrij zo hard kopt dat de bal aan het touw zich om de galg wikkelt en onbereikbaar in de lucht bungelt.

Kijk de twee geplaagde verdedigers zelf de pionnetjes en bal naar het materiaalhok brengen. De Vrij slaat lachend de arm over de schouder van Martins Indi. Dreigende lucht, plaggen op het veld, het werk gedaan. Lopend terug naar ‘de overkant’, alle tijd voor een handtekening en foto met de enkele overgebleven fans. En weer verder, Martins Indi nu met de arm om De Vrij. Afgebrand door de critici? Samen sterk. Van Varkenoord tot Maracanã (stadion bij WK volgend jaar in Rio de Janeiro).

Tegen middenmoter FC Utrecht begint Martins Indi als linksback, en vormt De Vrij met Mathijsen het verdedigingscentrum. Al in de derde minuut laat hij zich ondersteboven lopen door spits Steve de Ridder van Utrecht. Om even later een overbodige overtreding te maken op de rand van het eigen strafschopgebied, waaruit Johan Märtenson de lat raakt. Toch last van alle kritiek? De Vrij blijft uiterlijk stoïcijns doen wat hij altijd doet. Zonder franje, zonder risico. Dan ineens een prachtige crosspass over vijftig meter op Jean-Paul Boëtius, die net niet raak schiet. En in de 34ste minuut juichend het veld over als Tonny Vilhena Feyenoord op 1-0 zet.

In de tweede helft komt Miquel Nelom in de ploeg voor Mathijsen en schuift Martins Indi naar het centrum naast De Vrij. Beiden 21 jaar, een stuk jonger dan legendarische Feyenoordkoppels als Rinus Israel-Theo Laseroms (respectievelijk 28 en 30 bij het winnen van de Europa Cup 1 in 1970) of John de Wolf-Henk Fräser (bij de landstitel in 1993 30 en 26). Maar al wel dezelfde tekenen van onverzettelijkheid. Want hoe matig Feyenoord ook speelt – „We vechten tegen de verwachtingen”, zegt trainer Koeman – veel kansen geeft de defensie niet weg.

De Vrij maakt één foutje, dat bijna leidt tot de gelijkmaker. Maar hij grijpt ook in, met inzicht en fysieke kracht. Zijn grootste kwaliteit? Zich zo opstellen dat er geen kans voor Utrecht ontstaat. Na het eindsignaal gaat de duim omhoog naar familie op de tribune. „Ik heb gewoon mijn taak goed uitgevoerd”, zegt de captain. Hectische week, na alle kritiek? „Dat gebeurt altijd in de media. Ik lig er niet meer wakker van.”