Oubollig Operagala met grollende Ernst Daniël Smid

Er zijn grofweg twee manieren om het vermeend elitaire genre opera te ontsluiten. Je kunt het publiek naar de opera halen met cursussen en kortingsacties, zonder concessies te doen aan de artistieke inhoud. Of je brengt opera naar het grote publiek door de inhoud juist wel aan te passen. Dan riskeer je dat een ander vooroordeel bevestiging krijgt: opera is oubollig!

Het nieuwe Nationaal Opera Festival kiest zonder voorbehoud voor die laatste optie. De organisatie meent dat Nederland een grotere behoefte heeft aan herkenbare opera’s. Dus kwamen zondag alle clichés langs tijdens een voorbeschouwend Operagala in Stadsschouwburg Velsen: omroeper met pruik, ouderwetse jurken, een grollende Ernst Daniël Smid. Als hoogtepunt waren geënsceneerde delen uit Puccini’s La Bohème bedoeld. Het publiek kreeg een vlakke regie van Jeroen Lopes Cardozo voorgeschoteld. Wankele acrobaten, wisselvallig ad hoc orkest, een bleke tenor André Post: de ruim honderd euro van een – ongesubsidieerd – kaartje niet waard.

Het Nationaal Opera Festival heeft wél goed door dat jonge Nederlandse zangers meer podiumaandacht verdienen. Voor de pauze bood een reeks greatest hits gelegenheid tot talentenjacht. Cécile van de Sant mag meer innerlijke rust afdwingen in Dido’s lament, bariton Hans Pieter Herman heeft een mooie stem met te veel vibrato. Julia Westendorp wist haar heldere stem tijdens Dvoráks Lied aan de maan in melancholie te dopen. En Puccini-sopraan Laetitia Gerards is een ontdekking.