Onwaarschijnlijk hoge sopraannoten

Inkeer en bekering zijn dit jaar de thema’s op het festival voor sacrale muziek in Maastricht

Danseres Irena Misirlic tijdens de repetitie van de voorstelling ‘Honderd nachten, honderd jaren’, die zaterdag in première ging op festivalMusica Sacra in de O.L. Vrouwebasiliek in Maastricht Foto Chris Keulen

‘Inkeer, ommekeer, bekering’ was in Maastricht het thema van het festival Musica Sacra met muziek, dans, theater, performance, film en beeldende kunst. De 31ste editie, als altijd rijk en voortreffelijk geprogrammeerd, ging over schuldbesef, berouw en boetedoening. Zelfs de kerkhervorming van Luther kwam op dit ooit zo katholieke festival aan de orde tijdens de wereldpremière van een oratorium van Boudewijn Tarenskeen. Een andere wereldpremière was Honderd nachten, honderd jaren van Klaas de Vries: dromen en verloren illusies, met zang en dans rond het altaar van de O.L. Vrouwebasiliek.

Op een symposium sprak Sander van Maas, professor in Utrecht en Amsterdam, over muziek en spiritualiteit. „Muziek is het medium van de verlossing, maar wordt ook zelf gezien als verlossing, bevrijding en redding. Die ommekeer voert terug naar de bron, de schepping, de waarheid.” Die woorden werden in de Lambertuskerk, ‘de Sacré Coeur van Maastricht’, geïllustreerd met de vierstemmige Kanon Pokajanen (1997) van Arvo Pärt. De indrukwekkende twee uur durende cyclus van boetepsalmen gaat terug op manuscripten uit de zesde eeuw. Onder de koepel van de duistere kerk stond het Belgische koor Aquarius met 32 zangers in een cirkel tussen twee kringen van kaarsen. Het oogde en klonk als oermystiek, een indringend ritueel van totale loutering.

In de kapel van de Zusters onder de bogen zongen de beroemde Tallis Scholars op fenomenale wijze lamentaties van Jeremia (1585) van de Spaanse componist Tomás Luis de Victoria met het eindeloos herhaalde ‘Jeruzalem, bekeer u tot de Heer uw God’. In het motet Peccavimus cum patribus nostris (Wij hebben gezondigd zoals onze voorouders) van de zestiende-eeuwse Christopher Tye klonk een verbluffende reeks onwaarschijnlijk krachtige hoge sopraannoten.

De esthetische voorstelling Honderd nachten, honderd jaren van componist Klaas de Vries en librettiste Gerrie de Vries, die ook de hoofdrol zong, is geïnspireerd op het Japanse Nô-theater. Het gaat over het eeuwige berouw van een vrouw die haar minnaar 99 nachten op de proef stelde, waarna hij overleed. Haar zelfverwijten worden uitgebeeld met dans, projecties en vaak hardvochtige muziek van slagwerk, elektrische gitaar en orgel. Een koor van drie mannen laat haar stoppen met tobben en klagen.

Het elfstemmige oratorium Luther van Boudewijn Tarenskeen in de protestantse Sint Janskerk op het Vrijthof was in de sobere enscenering van Paul Koek theatraal, dramatisch en fascinerend. Een gekwelde Luther (Michel Poels), die nauwelijks uit zijn woorden komt en wordt bijgestaan door een laconieke tolk (Titus Muizelaar) poneert zijn oproerige stellingen tegenover de lofzangen van Capella Amsterdam. De geloofsstrijd van bijna vijf eeuwen her weerklinkt in heftige orgelmuziek. Relativerend is de eigentijdse epiloog van Gerardjan Rijnders: „Vergeet die bijbel. Vergeet die wrekende God.”

Tijdens het door Concerto Soave spectaculair uitgevoerde prachtlievende oratorium van Bononcini over de bekering van Maria Magdalena, preekte priester Antoine Bodar juist tegen het verdwijnende zondebesef. „Bewustwording daarvan kan in de veiligheid van muziek, de echo van eeuwigheid.”