Niet over een nacht ijs

Klimaatorganisatie IPCC komt deze week met de nieuwste bevindingen Hoe staat het klimaat ervoor? En vooral: wordt iedereen het eens over de samenvatting?

Hoewel Nederland met gevechtstroepen uitrukt, is Mali géén vechtmissie, benadrukten de ministers. Foto AFP

verslaggever

Jean-Pascal van Ypersele herinnert zich het rampjaar 2010 nog heel goed. Het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties waarvan hij vicevoorzitter is, lag zwaar onder vuur. De storm van ‘Climategate’, over de gehackte e-mails van klimaatwetenschappers, was nog maar net overgewaaid toen er een fout bleek te staan in een klimaatrapport uit 2007.

Het was nooit iemand opgevallen, maar er stond dat de gletsjers in de Himalaya in 2035 allemaal gesmolten zouden zijn – een onzinnige bewering. „Let wel”, zegt de Belgische hoogleraar in een interview via Skype vanuit zijn woonplaats Louvain-la-Neuve. „Het ging om één fout op pagina 492 van een meer dan duizend pagina’s tellend rapport, in het tweede deel van drie rapporten die elk zo’n duizend pagina’s telden.” En het stond niet eens in de ‘samenvatting voor beleidsmakers’, voegt hij eraan toe – een verwijzing naar het belangrijkste en tegelijkertijd meest omstreden document van het IPCC. Dus politici hebben die passage waarschijnlijk nooit onder ogen gehad.

„Het was een zware periode”, zegt Van Ypersele. „We werden geconfronteerd met een geregisseerde aanval. Week na week kwamen er nieuwe verwijten. Niemand wist hoe we moesten reageren, we hadden geen communicatiestrategie. Wetenschap is een vak, communicatie is een heel ander vak. Ik herinner me lange debatten binnen het IPCC. Wellicht waren we veel te naïef en in ieder geval niet erg efficiënt.”

Het was volgens Van Ypersele een ongelijke strijd. „De groep van twijfelzaaiers heeft veel geld. Het IPCC nauwelijks. Onze voorzitter wordt niet betaald, ik evenmin. We zijn een wereldorganisatie die met 2.000 tot 3.000 wetenschappers werkt, die zo’n 800 auteurs heeft voor de rapporten – allemaal onbezoldigd.”

Het IPCC heeft zijn procedures aangepast, maar Van Ypersele heeft niet de illusie dat hij iedereen kan overtuigen. „Er zullen altijd mensen zijn voor wie het IPCC en de klimaatwetenschap zelf onaanvaardbaar zijn. Zelfs als we perfect waren, zouden ze nog niet in klimaatopwarming en de menselijke rol daarin geloven.”

Eind deze week komt het IPCC met zijn nieuwste bevindingen. Hoe staat het klimaat ervoor? Wat gebeurt er met de zeespiegel en met het ijs op de Noordpool? Hoe zeker is het dat de mens de opwarming veroorzaakt? Tegelijk met het omvangrijke wetenschappelijke rapport wordt ook de omstreden ‘samenvatting voor beleidsmakers’ gepubliceerd.

In Stockholm wordt over die tekst de hele week vergaderd door zo’n vierhonderd vertegenwoordigers van regeringen en ongeveer vijftig wetenschappers, achter gesloten deuren. „Ik kan me voorstellen dat die vergadering voor buitenstaanders iets mysterieus heeft”, zegt Van Ypersele. „De verdenking kan ontstaan dat regeringen zich bemoeien met de inhoud van de wetenschap. Maar het zijn geen verkiezingen over een wetenschappelijke tekst. Er is een dialoog, maar de wetenschappers hebben het laatste woord. Vanzelfsprekend.”

Beleidsmakers mogen niet de rol van de wetenschappers overnemen, maar het omgekeerde evenmin. „Onze opdracht is om ‘beleidsrelevant’ te zijn. We leggen uit welke keuzes er zijn, voordelen, nadelen, limieten en kosten. Er wordt nogal eens beweerd dat het IPCC heeft gezegd dat de gemiddelde temperatuur op aarde niet met meer dan twee graden Celsius mag stijgen. Maar wij hebben dat nooit gezegd. De keuze van de doelstellingen is niet onze verantwoordelijkheid. Wij brengen alleen de risico’s in kaart van een stijging met één graad, met twee graden of drie. Op grond daarvan moet de politiek een keuze maken.”

Wordt er eigenlijk wel genoeg geluisterd naar het IPCC? „Veel beleidsmakers onderschatten de omvang van de veranderingen die we mogelijk in de komende honderd jaar zullen meemaken. Dan is het frustrerend dat, zelfs nu de diagnose steeds preciezer wordt, de maatregelen om de planeet te beschermen en om ons aan te passen zo langzaam vooruitgang boeken.”