Nederland houdt een krijgsmacht over voor Madurodam

En weer moet bezuinigd worden op defensie. Wat blijft er over van onze ooit zo trotse krijgsmacht? Veel te weinig, vinden drie deskundigen.

Het kabinet weigert in te zien dat externe veiligheid een noodzakelijke voorwaarde is voor onze economie. Wie zijn eigen territorium en economische infrastructuur niet kan beveiligen, wordt vroeg of laat doelwit voor partijen die ons land niet goed gezind zijn. Wie rekent op hulp van bondgenoten, die in tegenstelling tot ons land meer naar vermogen bijdragen aan de NAVO, misrekent zich. In allianties is geen respect voor landen die wel de lusten maar niet de lasten van een bondgenootschap willen dragen.

De minister van Defensie, Hennis-Plasschaert, zou met een toekomstvisie komen. Ze kreeg van dit kabinet, dat gefixeerd is op de ‘drieprocentsnorm’, daar de ruimte niet voor. Haar ‘visie’ werd een ‘nota’, onder curatele van de Algemene Rekenkamer. Als de plannen van het kabinet voltooid zijn, heeft Nederland een krijgsmacht van Madurodam-achtige proporties, niet in staat ons land tegen een serieuze bedreiging te beschermen.

In Hennis-Plasschaerts nota wordt geconstateerd dat de veiligheidsomgeving uiterst onzeker is en dat ons land daarom een veelzijdige en capabele krijgsmacht nodig heeft. Je kunt maar beter op alles voorbereid zijn. Het kabinet handelt echter anders en rekent erop, dat crisishaarden aan de grenzen van de Europese Unie en de NAVO geen effect zullen hebben op onze veiligheid. En dat, als het nodig is, Nederland een beroep kan doen op de NAVO-partners. Twee gevaarlijke aannames, in strijd met de eerdere constatering.

Waar zijn de bedreigingen voor ons land, klinkt het vaak. Hoe kortzichtig. Onze veiligheid is zo verweven met die van de Europese bondgenoten, dat het niet een bedreiging betreft van ‘ons land’ maar van het gehele NAVO-gebied binnen Europa. Bovendien kunnen bedreigingen zich opeens manifesteren, vooral als ze buiten de radar van de inlichtingendiensten tot ontwikkeling komen en miskend worden door politieke leiders – zie ‘9/11’. Aan de randen van Europa sluimeren zoveel conflicten, dat het verder ontmantelen van onze krijgsmacht ronduit onverantwoordelijk is. Inderdaad – ontmantelen. Onze krijgsmacht heeft geen betekenis meer. Wie ziet wat Nederland militair kan inbrengen, beseft dat we niet eens meer in staat zijn een operatie zoals in Uruzgan uit te voeren. Dat was in absolute termen niet eens zo’n grote operatie. Met moeite konden 1.400 militairen worden uitgezonden. Het deed de krijgsmacht in al zijn voegen kraken.

Moet Nederland dan als lakei van de VS overal ter wereld branden blussen? Nee. Amerika heeft geleerd van zijn expedities in Irak en Afghanistan. Vandaar de terughoudendheid met Syrië. Maar daarmee is niet gezegd, dat Nederland in het kielzog van sommige NAVO-partners mee moet doen met het verder aftakelen van de Europese militaire capaciteiten. Kabinet, ken uw geschiedenis: het weer opbouwen van een krijgsmacht is vele malen duurder dan dat de afbraak ervan oplevert.

Een krijgsmacht met overtuigend afschrikkingseffect en aantoonbare inzetbaarheid hebben Nederland en Europa niet meer. Met Libië kon Europa zijn eigen broek al niet meer ophouden en moest het bij de VS aankloppen. De Franse interventie in Mali toont wederom aan, hoe dungezaaid de Europese capaciteiten zijn om effectief op te treden. Nederland bewijst zichzelf, Europa en de NAVO geen dienst door nog eens het mes in de krijgsmacht te zetten.

De vraag die door ons hoofd spookt: kan het anders? Jazeker. Ook de krijgsmacht kan hervormd worden, zodanig dat de problemen van te hoge personeelslasten en te hoge kosten voor materiële exploitatie en waardevermindering van het vastgoed, structureel worden opgelost. Maar dat vereist visie, en dit kabinet is niet van de visies – al helemaal niet van analyse en beleid. Er is maar één instrument: bezuinigen, afstoten, ontslaan en opheffen.

Dat kunnen alle politieke partijen zich aanrekenen. Het niveau van de politici in het algemeen getuigt van weinig kennis op het terrein van defensie, en van gebrek aan ruggengraat. An army of lions led by donkeys.