Column

Marcel Hartaanval

Bij een hartaanval kun je geluk of pech hebben, zo simpel is het. Mijn moeder had ooit geluk. Ze kreeg een hartaanval met Kerstmis, op het moment dat ze een witlofschotel uit de oven haalde. We zaten met z’n achten aan tafel, dus het alarmnummer was zo gebeld en bovendien is mijn zus verpleegster.

Ik zag het ook een keer tijdens een voetbalwedstrijd gebeuren. Er stonden meteen een paar honderd mensen omheen, waardoor duizenden anderen dachten dat het om een vechtpartij ging. Geen idee of de meneer in kwestie het overleefde, het duurde in ieder geval lang voor de hulpdiensten zich door de massa hadden heen gewurmd.

Gistermiddag zat er een man in de sprinter van Amsterdam naar Utrecht. Hij was in slaap gevallen en werd ruw gewekt omdat ze op zijn voeten trapten. Hij was net op tijd wakker om te ontdekken dat de trein het station had bereikt. Hij baande zich met zijn koffer tegen de stroom in een weg naar de uitgang en stortte zich even later met veel haast van de roltrap af.

In de stationshal kreeg hij een hartaanval.

Tenminste dat denk je als iemand in elkaar zakt en naar zijn borst grijpt. Het koffertje viel open, er rolde een appel uit. Als getuige word je geacht wat te doen, maar wat? Er gingen er meteen een paar op zoek naar een defibrillator, die daar aan palen schijnen te hangen. Een ander riep om een dokter en er waren er ook die 1-1-2 gingen bellen. Al snel vormde zich een halve cirkel, van mensen die net als ik gewoon maar wat stonden te kijken.

Een mevrouw deed haar jas uit en legde die als een soort kussen onder zijn hoofd.

Ze begon een gesprek.

„Kunt u mij horen?”

„Hallo, bent u daar?”

Er kwam geen antwoord.

Ter hoogte van het kruis in zijn bandplooibroek ontstond een donkere plek, het leek me geen goed teken. Er kwam een man in uniform bij, die de mensen probeerde te verjagen.

„Er is hier niets te zien.”

Ik liep weg, dus hoe het allemaal afliep, weet ik niet.

Goed waarschijnlijk, het Centraal Station van Utrecht leek me een gunstige plek voor een hartaanval, heel wat beter dan de intercity tussen Utrecht en Arnhem bedacht ik me even later in een vrijwel lege coupe.

Geluk is als iemand op het juiste moment op je tenen gaat staan.