Los

Van de zijkant komt een hoge voorzet. In het strafschopgebied van Ajax maakt iedereen zich op voor de aankomst van de bal. Keeper Kenneth Vermeer staat in het doel. Hij heeft een geel shirt aan. „Geel staat niemand”, zei jurylid Gordon onlangs over het jurkje van een aspirant-zangeresje. Vermeer is geen Van der Sar, roept

Van de zijkant komt een hoge voorzet. In het strafschopgebied van Ajax maakt iedereen zich op voor de aankomst van de bal. Keeper Kenneth Vermeer staat in het doel. Hij heeft een geel shirt aan. „Geel staat niemand”, zei jurylid Gordon onlangs over het jurkje van een aspirant-zangeresje.

Vermeer is geen Van der Sar, roept het Ajax-kamp. Klopt. Mag ik even door? Bojan is geen Eriksen, Sigthorsson is geen Kluivert. Moisander al helemaal geen Vertonghen

Urine in een fles langs het ziekenhuisbed. Een kapotte eierdooier in de pan. Een dode kanarie met de pootjes omhoog. Geel. Het is geen lekkere kleur voor een doelman. Er gaat niets boven een zwarte trui. Dat is een zware muur voor de neus van de aanvaller.

De bal is onderweg. Een PSV-speler wil koppen maar mist; de bal gaat nu op keeper Vermeer af. Hij moet hem pakken, vindt iedereen.

Vroeger leerde een keeper om ‘los’ te roepen als hij een bal uit de lucht wilde plukken. Het was een moment waarop iedereen verstijfde. Daar kwam de keeper, vrij van de grond, met die oerkreet op de bal afgevlogen: „Los!”

Los is een vreemde uitroep voor het moment dat je de bal juist vast moet pakken.

Vermeer ziet de bal op zich afkomen. Hij roept niets. Het zweet breekt hem uit, voor zover daar tijd voor is tijdens een reflex.

Vermeer krijgt de bal niet goed in zijn handschoenen. Het ding schiet weg en stuitert richting PSV-spits Tim Matavz. Hij tikt de bal lichtjes aan. Vermeer ligt op de grond. Met een hoge stuit verdwijnt de bal in het doel.

Na de verloren wedstrijd staat Kenneth Vermeer de pers te woord. Mij blijft een bijzondere zin van Vermeer bij. Een weifelachtige, schuldbewuste, moedige en tegelijkertijd verhullende zin.

Vermeer: „Eigenlijk heb ik de bal vast, en ja… ik laat ’m los.”

Alsof een ander de bal uit zijn hand trok. Het ‘falen’ overkomt je, je hebt er nauwelijks vat op. Vermeer had zijn misser verwoord. Noem het charmant schutteren. Maar het komt hem vast duur te staan.

Vermeer is geen Van der Sar, roept het Ajax-kamp. Klopt. Mag ik nog even door? Bojan is geen Eriksen, zelfs niet als je hem Krkic noemt. Sigthorsson is geen Kluivert. En Moisander is al helemaal geen Vertonghen.

Voetbal is een spel met fouten. Sterker nog, fouten bepalen het spel. In die zin moeten we Vermeer dankbaar zijn. Frank de Boer beweerde dat Ajax de controle had. Dat is precies zoals Ajax de laatste tijd speelt: gecontroleerd. Rondspelen is het devies.

Frank de Boer gaat aan het zelfvertrouwen van zijn selectie werken: „Dat komt niet zomaar terug.”

De komende bekerwedstrijd zit Vermeer in trainingspak op de bank. Jasper Cillessen staat in het doel. Hij mag geen fouten maken.