Goochelen en draaien in circus-JSF

De PvdA stelt het besluit over de JSF uit. Na ruim vijftien jaar debatteren is het laatste woord nog niet gezegd. Wij zetten de belangrijkste argumenten op een rijtje.

iLLUSTRATIE yASSINE SALIHINE

‘Een aantal zaken zijn nog niet te definiëren”, zei Kamerlid Angelien Eijsink afgelopen zaterdag bij de ledenvergadering van de PvdA. Het was haar antwoord op bezorgdheid van PvdA-leden over de geluidsoverlast van de JSF. Haar argumentatie: er is nog zo veel onduidelijk over het toestel, dus voor hetzelfde geld valt het wel mee met dat lawaai. Geen sterk staaltje redeneerkunst. Maar erger nog: precies hetzelfde argument, dat er zo veel onduidelijk is, voerde Eijsink in juli 2012 aan om tégen de JSF te pleiten: „De onduidelijkheid is groot en die blijft groot.” Als een politicus hetzelfde argument inzet voor tegenovergestelde standpunten, weet je dat er iets mis is.

Duidelijkheid heeft ruim vijftien jaar debatteren over de grootste wapenorder in de Nederlandse geschiedenis nauwelijks opgeleverd. Circus-JSF staat al sinds midden jaren negentig garant voor een doldwaze show vol stuntelende ambtenaren, draaiende politici, uit de pan rijzende kosten en gegoochel met cijfers.

Voor de luchtmacht, traditioneel voorstander van Amerikaans materieel, was de keuze voor een opvolger van de verouderde F-16 van meet af aan een gelopen race. Toen het kabinet in 2001 nog moest besluiten of het oude gevechtstoestel überhaupt vervangen zou worden, gaven topambtenaren al aan de concurrenten van het Amerikaanse toestel te kennen dat „de JSF-beslissing [is] genomen”.

Bij Economische Zaken was rond dezelfde tijd bekend dat de prognoses over de kosten en baten van de JSF van vliegtuigbouwer Lockheed Martin „onhaalbaar” waren, maar de ambtenaren benadrukten jarenlang dat de verwachtingen realistisch waren.

Even misleidend was het om de JSF als ‘banenmotor’ te promoten. Als we nu instappen creëren we duizenden banen en redden we de Nederlandse luchtvaartindustrie, zeiden de voorstanders. Totdat het Centraal Planbureau zich ermee ging bemoeien. Het effect van deelname aan het JSF-programma bleek „op toegevoegde waarde en werkgelegenheid in de totale economie verwaarloosbaar”.

Onduidelijkheid is het leidmotief in het JSF-debat. Tot op de dag van vandaag is niet bekend wat de kisten gaan kosten en lijkt het hoogst onwaarschijnlijk dat ze, als ze eenmaal vliegen, aan alle beloofde specificaties zullen voldoen.

Ondertussen kwamen de belangrijkste vragen nauwelijks aan de orde. Heeft Nederland er vele miljarden voor over om mee te doen in ‘de eredivisie der luchtmachten’? Is de JSF het beste toestel voor de gevechtssituaties die de komende decennia te verwachten zijn? Zullen bemande toestellen de komende jaren niet plaatsmaken voor drones?

Dat de regering ondanks alle vraagtekens en financiële tegenvallers telkens weer in een nieuwe ontwikkelingsfase stapte, bracht sluipenderwijs de definitieve keuze dichterbij: hoe meer er werd geïnvesteerd, hoe duurder het werd om over te stappen op een ander toestel. Vorig jaar bereikte de staat, zonder ooit definitief voor de JSF te hebben gekozen, eigenlijk al het point of no return: stoppen met de JSF zou duurder zijn dan doorgaan.