Goldreyer verfde schilderij Newman dekkend over

De rapporten over ‘Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue III’ zijn openbaar. Amsterdam had gelijk dat de restaurator destijds broddelwerk afleverde.

De Amerikaanse restaurator Daniel Goldreyer heeft het in 1986 ernstig beschadigde doek Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue III niet zozeer hersteld als wel overgeschilderd. Het doek van de Amerikaanse kunstenaar Barnett Newman, dat zich in de collectie van het Stedelijk Museum Amsterdam bevindt, kreeg drie cadmiumrode, dekkende lagen verf. Dat blijkt uit een tweede rapport dat de gemeente Amsterdam vrijdag heeft vrijgegeven. Zelf heeft Goldreyer tot zijn dood in 2009 volgehouden alleen de beschadigde delen te hebben hersteld.

Beide onderzoeksrapporten zijn in de jaren negentig opgesteld door het Gerechtelijk Laboratorium van het ministerie van Justitie, de voorloper van het Nederlands Forensisch Instituut. De conclusies van het onderzoek bevestigen wat kenners al jaren beweren: Goldreyer heeft een verfroller gebruikt, niet een penseel, zoals de kunstenaar wel deed. Bovendien, zo blijkt uit het rapport, heeft hij een vernislaag aangebracht, vermengd met vermiljoen.

Hoogleraar kunstgeschiedenis en restauratiekenner Ernst van de Wetering constateerde een dag na terugkomst van het schilderij in het Stedelijk, op 15 augustus 1991, kleine bobbeltjes verf in het rood. Die wezen volgens hem op het gebruik van een verfroller. Hij noemde het schilderij in deze krant een „dure en slechte kopie”.

Niet veel later kwam ook de eigenaar van het schilderij, de gemeente, tot de conclusie dat Goldreyer broddelwerk had afgeleverd. En zelfs de directeur van het Stedelijk, die aanvankelijk was ingenomen met de restauratie, noemde het schilderij „invalide”. De gemeente stapte naar de rechter en eiste 4,5 miljoen dollar.

Goldreyer deed hetzelfde. Hij beschuldigde de gemeente van laster en eiste 250 miljoen dollar, waarvan 40 miljoen te betalen door museumdirecteur Wim Beeren. In 1997 kwam het na een juridisch gevecht tot een schikking. Goldreyer hoefde niets te betalen, de gemeente wel: enkele tienduizenden dollars. Bovendien beloofde Amsterdam zich nooit meer publiekelijk uit te laten over de restauratie.

Vanwege deze belofte heeft de gemeente de twee rapporten nooit willen vrijgeven. Kunstcriticus Jhim Lamoree nam er geen genoegen mee en heeft tot de Raad van State om openbaarmaking van de stukken gevraagd. Nu deze hoogste bestuursrechterlijke instantie heeft besloten dat openbaarheid boven de schikking met Goldreyer en diens erven gaat, kan de gemeente zich beroepen op overmacht. Van de gemeente kan niet meer worden verwacht dat ze de rapporten nog langer in een kluis bewaart.

De restauratie was noodzakelijk nadat een paranoïde man, tevens liefhebber van de figuratief schilderende Willink, met een stanleymes acht grote sneden had toegebracht aan het doek.