Geen goed gevoel bij Al-Jazira, wel bij Hamburger SV

De voormalige bondscoach wordt trainer van Hamburger SV, maakte hij afgelopen weekend bekend. Na het mislukte EK van 2012 is hij weer toe aan een nieuwe baan.

Het is in één klap gedaan met zijn relatief rustige leven als analist voor de NOS en opa van drie kleinkinderen. Bert van Marwijk (61) wordt als de toekomstige trainer van Hamburger SV naar eigen zeggen „helemaal plat gebeld”. „Maar ik heb er enorm veel zin”, zegt hij via de telefoon. „Mijn bloed gaat weer sneller stromen. Ik voel de energie in mijn lichaam. HSV is een grote club met een prachtig stadion en een geweldige traditie.”

Van Marwijk was sinds het mislukte EK van 2012 op zoek naar een nieuwe werkgever. De oud-bondscoach legde de lat hoog voor zichzelf. Alleen als in zijn ogen „alles klopte” zou hij aan een nieuw avontuur beginnen. Van Marwijk was in beeld bij clubs als Southampton, Al-Jazira, Besiktas, Fenerbahçe en Olympiakos Piraeus. Keer op keer hield hij de boot af.

Voor HSV stond Van Marwijk wel direct open. De club ziet in hem de ideale opvolger van de vorige week ontslagen Thorsten Fink. Van Marwijk bereikte zaterdag een mondeling akkoord over een contract voor twee jaar met een optie voor nog een seizoen. HSV wil zijn komst nog niet bevestigen. Volgens Van Marwijk wil de club eerst „nog een aantal formaliteiten afhandelen”. Zo moet de raad van toezicht nog goedkeuring geven.

Voldoet HSV aan alle eisen die u aan een club stelt?

„Of alles klopt moet natuurlijk nu gaan blijken. Maar het gevoel is goed. Bij iedere keuze ligt het zwaartepunt ergens anders. Als ik voor Griekenland had gekozen dan wil je daar bijvoorbeeld ook mooi wonen en genieten van het klimaat. HSV is op rijafstand van mijn huis in Meerssen. Daar kan ik snel heen als het moet. Het is me veel waard dat ik de band met mijn gezin makkelijk kan onderhouden. Bij HSV is de sportieve uitdaging het belangrijkste. Zaterdag verloor HSV thuis van Werder. De club staat er met vier punten uit zes wedstrijden natuurlijk niet goed voor. Het zal een lastige klus worden.”

Heeft u de schijnwerpers gemist?

„Nee, zo zit ik niet in elkaar. Ik ben niet iemand die heel snel onder de indruk is van een groot stadion. Dat bedoel ik niet arrogant hoor. Ik raak daar snel aan gewend. Toen ik voor het eerst bij Borussia Dortmund [in 2004, red.] op het veld stapte kreeg ik kippenvel van die machtige tribune achter het doel. Die Gelbe Wand. Bij de tweede wedstrijd was dat gevoel al minder. Daarna werd het gewoon. Als speler heb ik ook verschillende keren in een volle Kuip gespeeld. Maar toen was ik daar ook nooit zo mee bezig.”

In het verleden werkte u vaak samen met Cooky Voorn. Neemt u hem weer mee?

„Nee. Ik heb jaren prima met hem samengewerkt. We wonen op vijf kilometer afstand van elkaar. Het was logisch dat we dan samen in de auto stapten als we 180 kilometer verderop moesten werken. Soms spraken we de hele weg met elkaar. Andere keren zeiden we weinig. Ik heb hem een tijdje geleden wel verteld dat ik hem niet meer mee zou nemen naar een nieuwe club. De rek is eruit tussen ons.”

Bij HSV komt u Rafael van der Vaart weer tegen. Heeft u de afgelopen week met hem gesproken?

„Nee, dat heb ik bewust niet gedaan. Ik hou er niet van op voorhand van alles te bespreken.”